Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Zaaien

zaaien = to sow, spread

Hele werkwoord
zaaien
Verleden tijd
zaaide · zaaiden
Voltooide tijd
heeft gezaaid

Kort antwoord

Zaaien is in het Engels to sow, spread. Verleden tijd: zaaide (enkelvoud) en zaaiden (meervoud). Voltooid deelwoord: gezaaid, met hebben: ik heb gezaaid.

Oefen zaaien

Tegenwoordige tijd

ikzaai
jijzaait
hij/zij/hetzaait
wijzaaien
julliezaaien
zijzaaien

Verleden tijd

ikzaaide
jijzaaide
hij/zij/hetzaaide
wijzaaiden
julliezaaiden
zijzaaiden

Voltooide tijd

ikheb gezaaid
jijhebt gezaaid
hij/zij/hetheeft gezaaid
wijhebben gezaaid
julliehebben gezaaid
zijhebben gezaaid

Voltooid verleden tijd

ikhad gezaaid
jijhad gezaaid
hij/zij/hethad gezaaid
wijhadden gezaaid
julliehadden gezaaid
zijhadden gezaaid

Toekomende tijd

ikzal zaaien
jijzult zaaien
hij/zij/hetzal zaaien
wijzullen zaaien
julliezullen zaaien
zijzullen zaaien

Voorwaardelijke wijs

ikzou zaaien
jijzou zaaien
hij/zij/hetzou zaaien
wijzouden zaaien
julliezouden zaaien
zijzouden zaaien

Oefen zaaien

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

zaaien in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik in april bloemen in mijn tuin.

  2. Verleden tijd

    Vorig jaar de boer graan op dit land.

  3. Voltooide tijd

    Jij de wortels te dicht bij elkaar .

  4. Tegenwoordige tijd

    Hij met zijn grappen altijd verwarring in de klas.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is zaai. In zaaien staat i voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (zaaide, zaaiden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gezaaid).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij zaait, maar zaai jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van zaaien?

zaaide (ik, jij, hij/zij/het) en zaaiden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van zaaien?

gezaaid, met hebben: ik heb gezaaid.

Gebruik je zaaien met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gezaaid, hij heeft gezaaid.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.