Level B2 · Regular
Balanceren conjugation
balanceren = to balance
- Infinitive
- balanceren
- Past
- balanceerde · balanceerden
- Perfect
- heeft gebalanceerd
Quick answer
Balanceren means to balance. Past tense: balanceerde (singular) and balanceerden (plural). Past participle: gebalanceerd, with hebben: ik heb gebalanceerd.
Practise balancerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | balanceer |
| jij | balanceert |
| hij/zij/het | balanceert |
| wij | balanceren |
| jullie | balanceren |
| zij | balanceren |
Past (verleden tijd)
| ik | balanceerde |
| jij | balanceerde |
| hij/zij/het | balanceerde |
| wij | balanceerden |
| jullie | balanceerden |
| zij | balanceerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gebalanceerd |
| jij | hebt gebalanceerd |
| hij/zij/het | heeft gebalanceerd |
| wij | hebben gebalanceerd |
| jullie | hebben gebalanceerd |
| zij | hebben gebalanceerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gebalanceerd |
| jij | had gebalanceerd |
| hij/zij/het | had gebalanceerd |
| wij | hadden gebalanceerd |
| jullie | hadden gebalanceerd |
| zij | hadden gebalanceerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal balanceren |
| jij | zult balanceren |
| hij/zij/het | zal balanceren |
| wij | zullen balanceren |
| jullie | zullen balanceren |
| zij | zullen balanceren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou balanceren |
| jij | zou balanceren |
| hij/zij/het | zou balanceren |
| wij | zouden balanceren |
| jullie | zouden balanceren |
| zij | zouden balanceren |
Practise balanceren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is balanceer. The infinitive balanceren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (balanceerde, balanceerden) and the participle ends in -d (gebalanceerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij balanceert, but balanceer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of balanceren?
balanceerde (ik, jij, hij/zij/het) and balanceerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of balanceren?
gebalanceerd, with hebben: ik heb gebalanceerd.
Is balanceren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gebalanceerd, hij heeft gebalanceerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.