Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Irregular, separable

Aanslaan conjugation

aanslaan = to take effect

Infinitive
aanslaan
Past
sloeg aan · sloegen aan
Perfect
heeft / is aangeslagen

Quick answer

Aanslaan means to take effect. Past tense: sloeg aan (singular) and sloegen aan (plural). Past participle: aangeslagen, with hebben / zijn: ik heb / ben aangeslagen.

Practise aanslaan

Present (tegenwoordige tijd)

iksla aan
jijslaat aan
hij/zij/hetslaat aan
wijslaan aan
jullieslaan aan
zijslaan aan

Past (verleden tijd)

iksloeg aan
jijsloeg aan
hij/zij/hetsloeg aan
wijsloegen aan
julliesloegen aan
zijsloegen aan

Perfect (voltooide tijd)

ikheb / ben aangeslagen
jijhebt / bent aangeslagen
hij/zij/hetheeft / is aangeslagen
wijhebben / zijn aangeslagen
julliehebben / zijn aangeslagen
zijhebben / zijn aangeslagen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad / was aangeslagen
jijhad / was aangeslagen
hij/zij/hethad / was aangeslagen
wijhadden / waren aangeslagen
julliehadden / waren aangeslagen
zijhadden / waren aangeslagen

Future (toekomende tijd)

ikzal aanslaan
jijzult aanslaan
hij/zij/hetzal aanslaan
wijzullen aanslaan
julliezullen aanslaan
zijzullen aanslaan

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aanslaan
jijzou aanslaan
hij/zij/hetzou aanslaan
wijzouden aanslaan
julliezouden aanslaan
zijzouden aanslaan

Aanslaan is a separable verb

In a main clause aan goes to the end (ik sla aan). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik aansla). Participle: aangeslagen.

Main clauseik sla aan
Questionsla jij aan?
Subordinate clause… dat ik aansla
With a modal verbik wil aanslaan
Perfect tenseik heb / ben aangeslagen
With om ... teom aan te slaan
Imperativesla aan!

Separable verbs: rules and checker

Practise aanslaan

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: aanslaan, sloeg aan, aangeslagen.
  • Separable verb. In a main clause the prefix aan goes to the end: ik sla aan. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik aansla, ... dat ik aansloeg.
  • In the participle, ge goes between the two parts: aangeslagen.
  • Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. Hij heeft een verkeerde toets aangeslagen. De motor is meteen aangeslagen.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of aanslaan?

sloeg aan (ik, jij, hij/zij/het) and sloegen aan (wij, jullie, zij).

What is the past participle of aanslaan?

aangeslagen, with hebben or zijn depending on the meaning: Hij heeft een verkeerde toets aangeslagen. De motor is meteen aangeslagen.

Is aanslaan used with hebben or zijn?

Both, depending on the meaning: Hij heeft een verkeerde toets aangeslagen. De motor is meteen aangeslagen.

Is aanslaan a separable verb?

Yes. In a main clause aan goes to the end (ik sla aan), in a subordinate clause it stays attached (dat ik aansla). Participle: aangeslagen.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.