Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Irregular

Gieten conjugation

gieten = to pour

Infinitive
gieten
Past
goot · goten
Perfect
heeft gegoten

Quick answer

Gieten means to pour. Past tense: goot (singular) and goten (plural). Past participle: gegoten, with hebben: ik heb gegoten.

Practise gieten

Present (tegenwoordige tijd)

ikgiet
jijgiet
hij/zij/hetgiet
wijgieten
julliegieten
zijgieten

Past (verleden tijd)

ikgoot
jijgoot
hij/zij/hetgoot
wijgoten
julliegoten
zijgoten

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gegoten
jijhebt gegoten
hij/zij/hetheeft gegoten
wijhebben gegoten
julliehebben gegoten
zijhebben gegoten

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gegoten
jijhad gegoten
hij/zij/hethad gegoten
wijhadden gegoten
julliehadden gegoten
zijhadden gegoten

Future (toekomende tijd)

ikzal gieten
jijzult gieten
hij/zij/hetzal gieten
wijzullen gieten
julliezullen gieten
zijzullen gieten

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou gieten
jijzou gieten
hij/zij/hetzou gieten
wijzouden gieten
julliezouden gieten
zijzouden gieten

Practise gieten

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: gieten, goot, gegoten.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of gieten?

goot (ik, jij, hij/zij/het) and goten (wij, jullie, zij).

What is the past participle of gieten?

gegoten, with hebben: ik heb gegoten.

Is gieten used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gegoten, hij heeft gegoten.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.