Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Regular

Smeren conjugation

smeren = to spread

Infinitive
smeren
Past
smeerde · smeerden
Perfect
heeft gesmeerd

Quick answer

Smeren means to spread. Past tense: smeerde (singular) and smeerden (plural). Past participle: gesmeerd, with hebben: ik heb gesmeerd.

Practise smeren

Present (tegenwoordige tijd)

iksmeer
jijsmeert
hij/zij/hetsmeert
wijsmeren
julliesmeren
zijsmeren

Past (verleden tijd)

iksmeerde
jijsmeerde
hij/zij/hetsmeerde
wijsmeerden
julliesmeerden
zijsmeerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gesmeerd
jijhebt gesmeerd
hij/zij/hetheeft gesmeerd
wijhebben gesmeerd
julliehebben gesmeerd
zijhebben gesmeerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gesmeerd
jijhad gesmeerd
hij/zij/hethad gesmeerd
wijhadden gesmeerd
julliehadden gesmeerd
zijhadden gesmeerd

Future (toekomende tijd)

ikzal smeren
jijzult smeren
hij/zij/hetzal smeren
wijzullen smeren
julliezullen smeren
zijzullen smeren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou smeren
jijzou smeren
hij/zij/hetzou smeren
wijzouden smeren
julliezouden smeren
zijzouden smeren

Practise smeren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is smeer. The infinitive smeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (smeerde, smeerden) and the participle ends in -d (gesmeerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij smeert, but smeer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of smeren?

smeerde (ik, jij, hij/zij/het) and smeerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of smeren?

gesmeerd, with hebben: ik heb gesmeerd.

Is smeren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gesmeerd, hij heeft gesmeerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.