Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Irregular

Kiezen conjugation

kiezen = to choose

Infinitive
kiezen
Past
koos · kozen
Perfect
heeft gekozen

Quick answer

Kiezen means to choose. Past tense: koos (singular) and kozen (plural). Past participle: gekozen, with hebben: ik heb gekozen.

Practise kiezen

Present (tegenwoordige tijd)

ikkies
jijkiest
hij/zij/hetkiest
wijkiezen
julliekiezen
zijkiezen

Past (verleden tijd)

ikkoos
jijkoos
hij/zij/hetkoos
wijkozen
julliekozen
zijkozen

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gekozen
jijhebt gekozen
hij/zij/hetheeft gekozen
wijhebben gekozen
julliehebben gekozen
zijhebben gekozen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gekozen
jijhad gekozen
hij/zij/hethad gekozen
wijhadden gekozen
julliehadden gekozen
zijhadden gekozen

Future (toekomende tijd)

ikzal kiezen
jijzult kiezen
hij/zij/hetzal kiezen
wijzullen kiezen
julliezullen kiezen
zijzullen kiezen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou kiezen
jijzou kiezen
hij/zij/hetzou kiezen
wijzouden kiezen
julliezouden kiezen
zijzouden kiezen

Practise kiezen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: kiezen, koos, gekozen.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij kiest, but kies jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of kiezen?

koos (ik, jij, hij/zij/het) and kozen (wij, jullie, zij).

What is the past participle of kiezen?

gekozen, with hebben: ik heb gekozen.

Is kiezen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gekozen, hij heeft gekozen.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.