Level B1 · Irregular, separable
Uitlaten conjugation
uitlaten = to let out
- Infinitive
- uitlaten
- Past
- liet uit · lieten uit
- Perfect
- heeft uitgelaten
Quick answer
Uitlaten means to let out. Past tense: liet uit (singular) and lieten uit (plural). Past participle: uitgelaten, with hebben: ik heb uitgelaten.
Practise uitlatenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | laat uit |
| jij | laat uit |
| hij/zij/het | laat uit |
| wij | laten uit |
| jullie | laten uit |
| zij | laten uit |
Past (verleden tijd)
| ik | liet uit |
| jij | liet uit |
| hij/zij/het | liet uit |
| wij | lieten uit |
| jullie | lieten uit |
| zij | lieten uit |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb uitgelaten |
| jij | hebt uitgelaten |
| hij/zij/het | heeft uitgelaten |
| wij | hebben uitgelaten |
| jullie | hebben uitgelaten |
| zij | hebben uitgelaten |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had uitgelaten |
| jij | had uitgelaten |
| hij/zij/het | had uitgelaten |
| wij | hadden uitgelaten |
| jullie | hadden uitgelaten |
| zij | hadden uitgelaten |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal uitlaten |
| jij | zult uitlaten |
| hij/zij/het | zal uitlaten |
| wij | zullen uitlaten |
| jullie | zullen uitlaten |
| zij | zullen uitlaten |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou uitlaten |
| jij | zou uitlaten |
| hij/zij/het | zou uitlaten |
| wij | zouden uitlaten |
| jullie | zouden uitlaten |
| zij | zouden uitlaten |
Uitlaten is a separable verb
In a main clause uit goes to the end (ik laat uit). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik uitlaat). Participle: uitgelaten.
| Main clause | ik laat uit |
| Question | laat jij uit? |
| Subordinate clause | … dat ik uitlaat |
| With a modal verb | ik wil uitlaten |
| Perfect tense | ik heb uitgelaten |
| With om ... te | om uit te laten |
| Imperative | laat uit! |
Practise uitlaten
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: uitlaten, liet uit, uitgelaten.
- Separable verb. In a main clause the prefix uit goes to the end: ik laat uit. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik uitlaat, ... dat ik uitliet.
- In the participle, ge goes between the two parts: uitgelaten.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of uitlaten?
liet uit (ik, jij, hij/zij/het) and lieten uit (wij, jullie, zij).
What is the past participle of uitlaten?
uitgelaten, with hebben: ik heb uitgelaten.
Is uitlaten used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb uitgelaten, hij heeft uitgelaten.
Is uitlaten a separable verb?
Yes. In a main clause uit goes to the end (ik laat uit), in a subordinate clause it stays attached (dat ik uitlaat). Participle: uitgelaten.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.