Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Voegen conjugation

voegen = to add

Infinitive
voegen
Past
voegde · voegden
Perfect
heeft gevoegd

Quick answer

Voegen means to add. Past tense: voegde (singular) and voegden (plural). Past participle: gevoegd, with hebben: ik heb gevoegd.

Practise voegen

Present (tegenwoordige tijd)

ikvoeg
jijvoegt
hij/zij/hetvoegt
wijvoegen
jullievoegen
zijvoegen

Past (verleden tijd)

ikvoegde
jijvoegde
hij/zij/hetvoegde
wijvoegden
jullievoegden
zijvoegden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gevoegd
jijhebt gevoegd
hij/zij/hetheeft gevoegd
wijhebben gevoegd
julliehebben gevoegd
zijhebben gevoegd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gevoegd
jijhad gevoegd
hij/zij/hethad gevoegd
wijhadden gevoegd
julliehadden gevoegd
zijhadden gevoegd

Future (toekomende tijd)

ikzal voegen
jijzult voegen
hij/zij/hetzal voegen
wijzullen voegen
julliezullen voegen
zijzullen voegen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou voegen
jijzou voegen
hij/zij/hetzou voegen
wijzouden voegen
julliezouden voegen
zijzouden voegen

Practise voegen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is voeg. The infinitive voegen has g before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (voegde, voegden) and the participle ends in -d (gevoegd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij voegt, but voeg jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of voegen?

voegde (ik, jij, hij/zij/het) and voegden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of voegen?

gevoegd, with hebben: ik heb gevoegd.

Is voegen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gevoegd, hij heeft gevoegd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.