Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Aaien

aaien = acariciar

Infinitivo
aaien
Pasado
aaide · aaiden
Perfecto
heeft geaaid

Respuesta rápida

Aaien significa acariciar. Pasado: aaide (singular) y aaiden (plural). Participio: geaaid, con hebben: ik heb geaaid.

Practica aaien

Presente (tegenwoordige tijd)

ikaai
jijaait
hij/zij/hetaait
wijaaien
jullieaaien
zijaaien

Pasado (verleden tijd)

ikaaide
jijaaide
hij/zij/hetaaide
wijaaiden
jullieaaiden
zijaaiden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geaaid
jijhebt geaaid
hij/zij/hetheeft geaaid
wijhebben geaaid
julliehebben geaaid
zijhebben geaaid

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geaaid
jijhad geaaid
hij/zij/hethad geaaid
wijhadden geaaid
julliehadden geaaid
zijhadden geaaid

Futuro (toekomende tijd)

ikzal aaien
jijzult aaien
hij/zij/hetzal aaien
wijzullen aaien
julliezullen aaien
zijzullen aaien

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aaien
jijzou aaien
hij/zij/hetzou aaien
wijzouden aaien
julliezouden aaien
zijzouden aaien

Practica aaien

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

aaien en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Het meisje de kat graag op de bank.

  2. Pasado

    Gisteren ik de hond van mijn buurman.

  3. Pretérito perfecto

    Wij het konijn op de boerderij .

  4. Oración subordinada

    De kinderen zijn blij omdat ze het paard mogen .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es aai. En el infinitivo aaien hay una i antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (aaide, aaiden) y el participio termina en -d (geaaid).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij aait, pero aai jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de aaien?

aaide (ik, jij, hij/zij/het) y aaiden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de aaien?

geaaid, con hebben: ik heb geaaid.

¿El verbo aaien va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geaaid, hij heeft geaaid.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.