Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Debatteren

debatteren = debatir

Infinitivo
debatteren
Pasado
debatteerde · debatteerden
Perfecto
heeft gedebatteerd

Respuesta rápida

Debatteren significa debatir. Pasado: debatteerde (singular) y debatteerden (plural). Participio: gedebatteerd, con hebben: ik heb gedebatteerd.

Practica debatteren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikdebatteer
jijdebatteert
hij/zij/hetdebatteert
wijdebatteren
julliedebatteren
zijdebatteren

Pasado (verleden tijd)

ikdebatteerde
jijdebatteerde
hij/zij/hetdebatteerde
wijdebatteerden
julliedebatteerden
zijdebatteerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gedebatteerd
jijhebt gedebatteerd
hij/zij/hetheeft gedebatteerd
wijhebben gedebatteerd
julliehebben gedebatteerd
zijhebben gedebatteerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gedebatteerd
jijhad gedebatteerd
hij/zij/hethad gedebatteerd
wijhadden gedebatteerd
julliehadden gedebatteerd
zijhadden gedebatteerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal debatteren
jijzult debatteren
hij/zij/hetzal debatteren
wijzullen debatteren
julliezullen debatteren
zijzullen debatteren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou debatteren
jijzou debatteren
hij/zij/hetzou debatteren
wijzouden debatteren
julliezouden debatteren
zijzouden debatteren

Practica debatteren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

debatteren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De studenten elke week over een nieuw onderwerp.

  2. Pretérito perfecto

    Jullie gisteren fel over het klimaat .

  3. Oración subordinada

    Ik luister graag naar de radio wanneer de ministers .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es debatteer. En el infinitivo debatteren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (debatteerde, debatteerden) y el participio termina en -d (gedebatteerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij debatteert, pero debatteer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de debatteren?

debatteerde (ik, jij, hij/zij/het) y debatteerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de debatteren?

gedebatteerd, con hebben: ik heb gedebatteerd.

¿El verbo debatteren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gedebatteerd, hij heeft gedebatteerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.