Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Debatteren conjugation

debatteren = to debate

Infinitive
debatteren
Past
debatteerde · debatteerden
Perfect
heeft gedebatteerd

Quick answer

Debatteren means to debate. Past tense: debatteerde (singular) and debatteerden (plural). Past participle: gedebatteerd, with hebben: ik heb gedebatteerd.

Practise debatteren

Present (tegenwoordige tijd)

ikdebatteer
jijdebatteert
hij/zij/hetdebatteert
wijdebatteren
julliedebatteren
zijdebatteren

Past (verleden tijd)

ikdebatteerde
jijdebatteerde
hij/zij/hetdebatteerde
wijdebatteerden
julliedebatteerden
zijdebatteerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gedebatteerd
jijhebt gedebatteerd
hij/zij/hetheeft gedebatteerd
wijhebben gedebatteerd
julliehebben gedebatteerd
zijhebben gedebatteerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gedebatteerd
jijhad gedebatteerd
hij/zij/hethad gedebatteerd
wijhadden gedebatteerd
julliehadden gedebatteerd
zijhadden gedebatteerd

Future (toekomende tijd)

ikzal debatteren
jijzult debatteren
hij/zij/hetzal debatteren
wijzullen debatteren
julliezullen debatteren
zijzullen debatteren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou debatteren
jijzou debatteren
hij/zij/hetzou debatteren
wijzouden debatteren
julliezouden debatteren
zijzouden debatteren

Practise debatteren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is debatteer. The infinitive debatteren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (debatteerde, debatteerden) and the participle ends in -d (gedebatteerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij debatteert, but debatteer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of debatteren?

debatteerde (ik, jij, hij/zij/het) and debatteerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of debatteren?

gedebatteerd, with hebben: ik heb gedebatteerd.

Is debatteren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gedebatteerd, hij heeft gedebatteerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.