Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Oefenen

oefenen = practicar

Infinitivo
oefenen
Pasado
oefende · oefenden
Perfecto
heeft geoefend

Respuesta rápida

Oefenen significa practicar. Pasado: oefende (singular) y oefenden (plural). Participio: geoefend, con hebben: ik heb geoefend.

Practica oefenen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikoefen
jijoefent
hij/zij/hetoefent
wijoefenen
jullieoefenen
zijoefenen

Pasado (verleden tijd)

ikoefende
jijoefende
hij/zij/hetoefende
wijoefenden
jullieoefenden
zijoefenden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geoefend
jijhebt geoefend
hij/zij/hetheeft geoefend
wijhebben geoefend
julliehebben geoefend
zijhebben geoefend

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geoefend
jijhad geoefend
hij/zij/hethad geoefend
wijhadden geoefend
julliehadden geoefend
zijhadden geoefend

Futuro (toekomende tijd)

ikzal oefenen
jijzult oefenen
hij/zij/hetzal oefenen
wijzullen oefenen
julliezullen oefenen
zijzullen oefenen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou oefenen
jijzou oefenen
hij/zij/hetzou oefenen
wijzouden oefenen
julliezouden oefenen
zijzouden oefenen

Practica oefenen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

oefenen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik elke avond twintig minuten op mijn gitaar.

  2. Pasado

    Gisteren wij samen voor het examen.

  3. Pretérito perfecto

    Zij vandaag lang op het toneelstuk .

  4. Oración subordinada

    Hij wordt steeds beter, omdat hij elke dag .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es oefen. En el infinitivo oefenen hay una n antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (oefende, oefenden) y el participio termina en -d (geoefend).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij oefent, pero oefen jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de oefenen?

oefende (ik, jij, hij/zij/het) y oefenden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de oefenen?

geoefend, con hebben: ik heb geoefend.

¿El verbo oefenen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geoefend, hij heeft geoefend.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.