Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Oefenen
oefenen = to practice
- Hele werkwoord
- oefenen
- Verleden tijd
- oefende · oefenden
- Voltooide tijd
- heeft geoefend
Kort antwoord
Oefenen is in het Engels to practice. Verleden tijd: oefende (enkelvoud) en oefenden (meervoud). Voltooid deelwoord: geoefend, met hebben: ik heb geoefend.
Oefen oefenenTegenwoordige tijd
| ik | oefen |
| jij | oefent |
| hij/zij/het | oefent |
| wij | oefenen |
| jullie | oefenen |
| zij | oefenen |
Verleden tijd
| ik | oefende |
| jij | oefende |
| hij/zij/het | oefende |
| wij | oefenden |
| jullie | oefenden |
| zij | oefenden |
Voltooide tijd
| ik | heb geoefend |
| jij | hebt geoefend |
| hij/zij/het | heeft geoefend |
| wij | hebben geoefend |
| jullie | hebben geoefend |
| zij | hebben geoefend |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geoefend |
| jij | had geoefend |
| hij/zij/het | had geoefend |
| wij | hadden geoefend |
| jullie | hadden geoefend |
| zij | hadden geoefend |
Toekomende tijd
| ik | zal oefenen |
| jij | zult oefenen |
| hij/zij/het | zal oefenen |
| wij | zullen oefenen |
| jullie | zullen oefenen |
| zij | zullen oefenen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou oefenen |
| jij | zou oefenen |
| hij/zij/het | zou oefenen |
| wij | zouden oefenen |
| jullie | zouden oefenen |
| zij | zouden oefenen |
Oefen oefenen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
oefenen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is oefen. In oefenen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (oefende, oefenden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geoefend).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij oefent, maar oefen jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van oefenen?
oefende (ik, jij, hij/zij/het) en oefenden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van oefenen?
geoefend, met hebben: ik heb geoefend.
Gebruik je oefenen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geoefend, hij heeft geoefend.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.