Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Raken

raken = golpear

Infinitivo
raken
Pasado
raakte · raakten
Perfecto
heeft / is geraakt

Respuesta rápida

Raken significa golpear. Pasado: raakte (singular) y raakten (plural). Participio: geraakt, con hebben / zijn: ik heb / ben geraakt.

Practica raken

Presente (tegenwoordige tijd)

ikraak
jijraakt
hij/zij/hetraakt
wijraken
jullieraken
zijraken

Pasado (verleden tijd)

ikraakte
jijraakte
hij/zij/hetraakte
wijraakten
jullieraakten
zijraakten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb / ben geraakt
jijhebt / bent geraakt
hij/zij/hetheeft / is geraakt
wijhebben / zijn geraakt
julliehebben / zijn geraakt
zijhebben / zijn geraakt

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad / was geraakt
jijhad / was geraakt
hij/zij/hethad / was geraakt
wijhadden / waren geraakt
julliehadden / waren geraakt
zijhadden / waren geraakt

Futuro (toekomende tijd)

ikzal raken
jijzult raken
hij/zij/hetzal raken
wijzullen raken
julliezullen raken
zijzullen raken

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou raken
jijzou raken
hij/zij/hetzou raken
wijzouden raken
julliezouden raken
zijzouden raken

Practica raken

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

raken en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De bal bijna het raam van de buren.

  2. Pasado

    De steen de auto aan de zijkant.

  3. Pretérito perfecto

    De voetballer de paal .

  4. Oración subordinada

    Hij belde de politie omdat een fietser zijn auto .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es raak. En el infinitivo raken hay una k antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (raakte, raakten) y el participio termina en -t (geraakt).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij raakt, pero raak jij?
  • Hebben o zijn: hebben para la actividad en sí, zijn cuando dices adónde o qué cambió. De bal heeft de paal geraakt. Hij is bij het ongeluk gewond geraakt.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de raken?

raakte (ik, jij, hij/zij/het) y raakten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de raken?

geraakt, con hebben o zijn según el significado: De bal heeft de paal geraakt. Hij is bij het ongeluk gewond geraakt.

¿El verbo raken va con hebben o con zijn?

Con los dos, según el significado: De bal heeft de paal geraakt. Hij is bij het ongeluk gewond geraakt.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.