Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular, separable

Conjugación de Uitdelen

uitdelen = repartir

Infinitivo
uitdelen
Pasado
deelde uit · deelden uit
Perfecto
heeft uitgedeeld

Respuesta rápida

Uitdelen significa repartir. Pasado: deelde uit (singular) y deelden uit (plural). Participio: uitgedeeld, con hebben: ik heb uitgedeeld.

Practica uitdelen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikdeel uit
jijdeelt uit
hij/zij/hetdeelt uit
wijdelen uit
julliedelen uit
zijdelen uit

Pasado (verleden tijd)

ikdeelde uit
jijdeelde uit
hij/zij/hetdeelde uit
wijdeelden uit
julliedeelden uit
zijdeelden uit

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb uitgedeeld
jijhebt uitgedeeld
hij/zij/hetheeft uitgedeeld
wijhebben uitgedeeld
julliehebben uitgedeeld
zijhebben uitgedeeld

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad uitgedeeld
jijhad uitgedeeld
hij/zij/hethad uitgedeeld
wijhadden uitgedeeld
julliehadden uitgedeeld
zijhadden uitgedeeld

Futuro (toekomende tijd)

ikzal uitdelen
jijzult uitdelen
hij/zij/hetzal uitdelen
wijzullen uitdelen
julliezullen uitdelen
zijzullen uitdelen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou uitdelen
jijzou uitdelen
hij/zij/hetzou uitdelen
wijzouden uitdelen
julliezouden uitdelen
zijzouden uitdelen

Uitdelen es un verbo separable

En una oración principal uit va al final (ik deel uit). En una subordinada las dos partes permanecen juntas (dat ik uitdeel). Participio: uitgedeeld.

Oración principalik deel uit
Preguntadeel jij uit?
Oración subordinada… dat ik uitdeel
Con un verbo modalik wil uitdelen
Pretérito perfectoik heb uitgedeeld
Con om ... teom uit te delen
Imperativodeel uit!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica uitdelen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

uitdelen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De juf elke maandag de nieuwe boeken .

  2. Pasado

    Wij gisteren gratis koffie aan alle bezoekers .

  3. Pretérito perfecto

    Jij vanmorgen de uitnodigingen aan iedereen .

  4. Oración subordinada

    Het was erg druk, toen de organisatoren de kaartjes .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es deel. En el infinitivo delen hay una l antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (deelde, deelden) y el participio termina en -d (uitgedeeld).
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo uit va al final: ik deel uit. En una subordinada se queda unido: ... dat ik uitdeel, ... dat ik uitdeelde.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: uitgedeeld.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de uitdelen?

deelde uit (ik, jij, hij/zij/het) y deelden uit (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de uitdelen?

uitgedeeld, con hebben: ik heb uitgedeeld.

¿El verbo uitdelen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb uitgedeeld, hij heeft uitgedeeld.

¿Es uitdelen un verbo separable?

Sí. En una oración principal uit va al final (ik deel uit), en una subordinada permanece unido (dat ik uitdeel). Participio: uitgedeeld.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.