Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitdelen
uitdelen = to distribute, to hand out
- Hele werkwoord
- uitdelen
- Verleden tijd
- deelde uit · deelden uit
- Voltooide tijd
- heeft uitgedeeld
Kort antwoord
Uitdelen is in het Engels to distribute, to hand out. Verleden tijd: deelde uit (enkelvoud) en deelden uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgedeeld, met hebben: ik heb uitgedeeld.
Oefen uitdelenTegenwoordige tijd
| ik | deel uit |
| jij | deelt uit |
| hij/zij/het | deelt uit |
| wij | delen uit |
| jullie | delen uit |
| zij | delen uit |
Verleden tijd
| ik | deelde uit |
| jij | deelde uit |
| hij/zij/het | deelde uit |
| wij | deelden uit |
| jullie | deelden uit |
| zij | deelden uit |
Voltooide tijd
| ik | heb uitgedeeld |
| jij | hebt uitgedeeld |
| hij/zij/het | heeft uitgedeeld |
| wij | hebben uitgedeeld |
| jullie | hebben uitgedeeld |
| zij | hebben uitgedeeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had uitgedeeld |
| jij | had uitgedeeld |
| hij/zij/het | had uitgedeeld |
| wij | hadden uitgedeeld |
| jullie | hadden uitgedeeld |
| zij | hadden uitgedeeld |
Toekomende tijd
| ik | zal uitdelen |
| jij | zult uitdelen |
| hij/zij/het | zal uitdelen |
| wij | zullen uitdelen |
| jullie | zullen uitdelen |
| zij | zullen uitdelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitdelen |
| jij | zou uitdelen |
| hij/zij/het | zou uitdelen |
| wij | zouden uitdelen |
| jullie | zouden uitdelen |
| zij | zouden uitdelen |
Uitdelen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik deel uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitdeel). Voltooid deelwoord: uitgedeeld.
| Hoofdzin | ik deel uit |
| Vraag | deel jij uit? |
| Bijzin | … dat ik uitdeel |
| Met een modaal werkwoord | ik wil uitdelen |
| Voltooide tijd | ik heb uitgedeeld |
| Met om ... te | om uit te delen |
| Gebiedende wijs | deel uit! |
Oefen uitdelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
uitdelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is deel. In delen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (deelde, deelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (uitgedeeld).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik deel uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitdeel, ... dat ik uitdeelde.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgedeeld.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitdelen?
deelde uit (ik, jij, hij/zij/het) en deelden uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitdelen?
uitgedeeld, met hebben: ik heb uitgedeeld.
Gebruik je uitdelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb uitgedeeld, hij heeft uitgedeeld.
Is uitdelen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik deel uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitdeel). Voltooid deelwoord: uitgedeeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.