Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Zweten

zweten = sudar

Infinitivo
zweten
Pasado
zweette · zweetten
Perfecto
heeft gezweet

Respuesta rápida

Zweten significa sudar. Pasado: zweette (singular) y zweetten (plural). Participio: gezweet, con hebben: ik heb gezweet.

Practica zweten

Presente (tegenwoordige tijd)

ikzweet
jijzweet
hij/zij/hetzweet
wijzweten
julliezweten
zijzweten

Pasado (verleden tijd)

ikzweette
jijzweette
hij/zij/hetzweette
wijzweetten
julliezweetten
zijzweetten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gezweet
jijhebt gezweet
hij/zij/hetheeft gezweet
wijhebben gezweet
julliehebben gezweet
zijhebben gezweet

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gezweet
jijhad gezweet
hij/zij/hethad gezweet
wijhadden gezweet
julliehadden gezweet
zijhadden gezweet

Futuro (toekomende tijd)

ikzal zweten
jijzult zweten
hij/zij/hetzal zweten
wijzullen zweten
julliezullen zweten
zijzullen zweten

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou zweten
jijzou zweten
hij/zij/hetzou zweten
wijzouden zweten
julliezouden zweten
zijzouden zweten

Practica zweten

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

zweten en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik veel als het zo warm is.

  2. Pasado

    De voetballers erg tijdens de wedstrijd.

  3. Pretérito perfecto

    Hij de hele nacht van de koorts.

  4. Oración subordinada

    Ik ben moe omdat wij in de zon .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es zweet. En el infinitivo zweten hay una t antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (zweette, zweetten) y el participio termina en -t (gezweet).

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de zweten?

zweette (ik, jij, hij/zij/het) y zweetten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de zweten?

gezweet, con hebben: ik heb gezweet.

¿El verbo zweten va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gezweet, hij heeft gezweet.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.