Nivel A2 · 10 verbos
10 Dutch verbs that take zijn
10 werkwoorden met zijn
Most Dutch verbs make the perfect tense with hebben. Verbs of movement to a place and of change take zijn: ik ben gegaan, het is gebeurd.
Las fichas están en inglés y neerlandés.
Los 10 verbos
- 01
- 02
- 03
- 04
- 05
- 06
- 07
- 08
- 09
- 10
Recuerda
Lopen, fietsen and zwemmen take hebben for the activity (ik heb gelopen) and zijn with a destination (ik ben naar huis gelopen).
Ejercicios
Completa los huecos aquí o en papel. Las soluciones están debajo de cada ejercicio y en el PDF.
A.Write zijn + past participle
- Gisteren ik naar de markt . (gaan)
- jullie met de trein ? (komen)
- Mijn moeder de hele dag thuis . (blijven)
- Mijn zus vorig jaar moeder . (worden)
- De trein om acht uur . (vertrekken)
- Wanneer jullie in Utrecht ? (aankomen)
- Het kind van de fiets . (vallen)
- De film al . (beginnen)
- Wat er ? (gebeuren)
- Wij in mei . (verhuizen)
Mostrar soluciones
- ben … gegaan
- Zijn … gekomen
- is … gebleven
- is … geworden
- is … vertrokken
- zijn … aangekomen
- is … gevallen
- is … begonnen
- is … gebeurd
- zijn … verhuisd
B.hebben or zijn?
- Ik gisteren veel gelopen.
- Ik naar huis gelopen.
- We een uur gefietst.
- We naar het strand gefietst.
- Mijn broer naar de overkant gezwommen.
Mostrar soluciones
- heb
- ben
- hebben
- zijn
- is
Más fichas
- 10 Dutch verbs with a fixed preposition
- One verb, 10 meanings: kijken
- 10 separable verbs with op
- 10 separable verbs with uit
- 10 reflexive Dutch verbs
- 10 irregular Dutch verbs in the past tense
- 10 separable verbs with aan
- Todas las fichas
Practica también en línea
Practica todos los tiempos con corrección inmediata en el entrenador de verbos, o busca cualquier verbo en el conjugador gratis.
¿Quieres dejar de buscar cada palabra?
La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.