Niveau A1 · Regelmatig
Vervoeging van Antwoorden
antwoorden = to answer
- Hele werkwoord
- antwoorden
- Verleden tijd
- antwoordde · antwoordden
- Voltooide tijd
- heeft geantwoord
Kort antwoord
Antwoorden is in het Engels to answer. Verleden tijd: antwoordde (enkelvoud) en antwoordden (meervoud). Voltooid deelwoord: geantwoord, met hebben: ik heb geantwoord.
Oefen antwoordenTegenwoordige tijd
| ik | antwoord |
| jij | antwoordt |
| hij/zij/het | antwoordt |
| wij | antwoorden |
| jullie | antwoorden |
| zij | antwoorden |
Verleden tijd
| ik | antwoordde |
| jij | antwoordde |
| hij/zij/het | antwoordde |
| wij | antwoordden |
| jullie | antwoordden |
| zij | antwoordden |
Voltooide tijd
| ik | heb geantwoord |
| jij | hebt geantwoord |
| hij/zij/het | heeft geantwoord |
| wij | hebben geantwoord |
| jullie | hebben geantwoord |
| zij | hebben geantwoord |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geantwoord |
| jij | had geantwoord |
| hij/zij/het | had geantwoord |
| wij | hadden geantwoord |
| jullie | hadden geantwoord |
| zij | hadden geantwoord |
Toekomende tijd
| ik | zal antwoorden |
| jij | zult antwoorden |
| hij/zij/het | zal antwoorden |
| wij | zullen antwoorden |
| jullie | zullen antwoorden |
| zij | zullen antwoorden |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou antwoorden |
| jij | zou antwoorden |
| hij/zij/het | zou antwoorden |
| wij | zouden antwoorden |
| jullie | zouden antwoorden |
| zij | zouden antwoorden |
Oefen antwoorden
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is antwoord. In antwoorden staat d voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (antwoordde, antwoordden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geantwoord).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij antwoordt, maar antwoord jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van antwoorden?
antwoordde (ik, jij, hij/zij/het) en antwoordden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van antwoorden?
geantwoord, met hebben: ik heb geantwoord.
Gebruik je antwoorden met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geantwoord, hij heeft geantwoord.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.