Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A1 · Regelmatig

Vervoeging van Antwoorden

antwoorden = to answer

Hele werkwoord
antwoorden
Verleden tijd
antwoordde · antwoordden
Voltooide tijd
heeft geantwoord

Kort antwoord

Antwoorden is in het Engels to answer. Verleden tijd: antwoordde (enkelvoud) en antwoordden (meervoud). Voltooid deelwoord: geantwoord, met hebben: ik heb geantwoord.

Oefen antwoorden

Tegenwoordige tijd

ikantwoord
jijantwoordt
hij/zij/hetantwoordt
wijantwoorden
jullieantwoorden
zijantwoorden

Verleden tijd

ikantwoordde
jijantwoordde
hij/zij/hetantwoordde
wijantwoordden
jullieantwoordden
zijantwoordden

Voltooide tijd

ikheb geantwoord
jijhebt geantwoord
hij/zij/hetheeft geantwoord
wijhebben geantwoord
julliehebben geantwoord
zijhebben geantwoord

Voltooid verleden tijd

ikhad geantwoord
jijhad geantwoord
hij/zij/hethad geantwoord
wijhadden geantwoord
julliehadden geantwoord
zijhadden geantwoord

Toekomende tijd

ikzal antwoorden
jijzult antwoorden
hij/zij/hetzal antwoorden
wijzullen antwoorden
julliezullen antwoorden
zijzullen antwoorden

Voorwaardelijke wijs

ikzou antwoorden
jijzou antwoorden
hij/zij/hetzou antwoorden
wijzouden antwoorden
julliezouden antwoorden
zijzouden antwoorden

Oefen antwoorden

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is antwoord. In antwoorden staat d voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (antwoordde, antwoordden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geantwoord).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij antwoordt, maar antwoord jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van antwoorden?

antwoordde (ik, jij, hij/zij/het) en antwoordden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van antwoorden?

geantwoord, met hebben: ik heb geantwoord.

Gebruik je antwoorden met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geantwoord, hij heeft geantwoord.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.