Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Bouwen

bouwen = to build, to cultivate

Hele werkwoord
bouwen
Verleden tijd
bouwde · bouwden
Voltooide tijd
heeft gebouwd

Kort antwoord

Bouwen is in het Engels to build, to cultivate. Verleden tijd: bouwde (enkelvoud) en bouwden (meervoud). Voltooid deelwoord: gebouwd, met hebben: ik heb gebouwd.

Oefen bouwen

Tegenwoordige tijd

ikbouw
jijbouwt
hij/zij/hetbouwt
wijbouwen
julliebouwen
zijbouwen

Verleden tijd

ikbouwde
jijbouwde
hij/zij/hetbouwde
wijbouwden
julliebouwden
zijbouwden

Voltooide tijd

ikheb gebouwd
jijhebt gebouwd
hij/zij/hetheeft gebouwd
wijhebben gebouwd
julliehebben gebouwd
zijhebben gebouwd

Voltooid verleden tijd

ikhad gebouwd
jijhad gebouwd
hij/zij/hethad gebouwd
wijhadden gebouwd
julliehadden gebouwd
zijhadden gebouwd

Toekomende tijd

ikzal bouwen
jijzult bouwen
hij/zij/hetzal bouwen
wijzullen bouwen
julliezullen bouwen
zijzullen bouwen

Voorwaardelijke wijs

ikzou bouwen
jijzou bouwen
hij/zij/hetzou bouwen
wijzouden bouwen
julliezouden bouwen
zijzouden bouwen

Oefen bouwen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

bouwen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn buurman een nieuw huis in de stad.

  2. Verleden tijd

    Vorig jaar wij een kleine schuur in de tuin.

  3. Voltooide tijd

    Zij dat hele dorp zelf .

  4. Tegenwoordige tijd

    De boer op het land graan en aardappels.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is bouw. In bouwen staat w voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (bouwde, bouwden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gebouwd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij bouwt, maar bouw jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van bouwen?

bouwde (ik, jij, hij/zij/het) en bouwden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van bouwen?

gebouwd, met hebben: ik heb gebouwd.

Gebruik je bouwen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gebouwd, hij heeft gebouwd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.