Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Concurreren
concurreren = to compete
- Hele werkwoord
- concurreren
- Verleden tijd
- concurreerde · concurreerden
- Voltooide tijd
- heeft geconcurreerd
Kort antwoord
Concurreren is in het Engels to compete. Verleden tijd: concurreerde (enkelvoud) en concurreerden (meervoud). Voltooid deelwoord: geconcurreerd, met hebben: ik heb geconcurreerd.
Oefen concurrerenTegenwoordige tijd
| ik | concurreer |
| jij | concurreert |
| hij/zij/het | concurreert |
| wij | concurreren |
| jullie | concurreren |
| zij | concurreren |
Verleden tijd
| ik | concurreerde |
| jij | concurreerde |
| hij/zij/het | concurreerde |
| wij | concurreerden |
| jullie | concurreerden |
| zij | concurreerden |
Voltooide tijd
| ik | heb geconcurreerd |
| jij | hebt geconcurreerd |
| hij/zij/het | heeft geconcurreerd |
| wij | hebben geconcurreerd |
| jullie | hebben geconcurreerd |
| zij | hebben geconcurreerd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geconcurreerd |
| jij | had geconcurreerd |
| hij/zij/het | had geconcurreerd |
| wij | hadden geconcurreerd |
| jullie | hadden geconcurreerd |
| zij | hadden geconcurreerd |
Toekomende tijd
| ik | zal concurreren |
| jij | zult concurreren |
| hij/zij/het | zal concurreren |
| wij | zullen concurreren |
| jullie | zullen concurreren |
| zij | zullen concurreren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou concurreren |
| jij | zou concurreren |
| hij/zij/het | zou concurreren |
| wij | zouden concurreren |
| jullie | zouden concurreren |
| zij | zouden concurreren |
Oefen concurreren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
concurreren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is concurreer. In concurreren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (concurreerde, concurreerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geconcurreerd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij concurreert, maar concurreer jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van concurreren?
concurreerde (ik, jij, hij/zij/het) en concurreerden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van concurreren?
geconcurreerd, met hebben: ik heb geconcurreerd.
Gebruik je concurreren met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geconcurreerd, hij heeft geconcurreerd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.