Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Regular, separable

Vastmaken conjugation

vastmaken = to fasten

Infinitive
vastmaken
Past
maakte vast · maakten vast
Perfect
heeft vastgemaakt

Quick answer

Vastmaken means to fasten. Past tense: maakte vast (singular) and maakten vast (plural). Past participle: vastgemaakt, with hebben: ik heb vastgemaakt.

Practise vastmaken

Present (tegenwoordige tijd)

ikmaak vast
jijmaakt vast
hij/zij/hetmaakt vast
wijmaken vast
julliemaken vast
zijmaken vast

Past (verleden tijd)

ikmaakte vast
jijmaakte vast
hij/zij/hetmaakte vast
wijmaakten vast
julliemaakten vast
zijmaakten vast

Perfect (voltooide tijd)

ikheb vastgemaakt
jijhebt vastgemaakt
hij/zij/hetheeft vastgemaakt
wijhebben vastgemaakt
julliehebben vastgemaakt
zijhebben vastgemaakt

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad vastgemaakt
jijhad vastgemaakt
hij/zij/hethad vastgemaakt
wijhadden vastgemaakt
julliehadden vastgemaakt
zijhadden vastgemaakt

Future (toekomende tijd)

ikzal vastmaken
jijzult vastmaken
hij/zij/hetzal vastmaken
wijzullen vastmaken
julliezullen vastmaken
zijzullen vastmaken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vastmaken
jijzou vastmaken
hij/zij/hetzou vastmaken
wijzouden vastmaken
julliezouden vastmaken
zijzouden vastmaken

Vastmaken is a separable verb

In a main clause vast goes to the end (ik maak vast). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik vastmaak). Participle: vastgemaakt.

Main clauseik maak vast
Questionmaak jij vast?
Subordinate clause… dat ik vastmaak
With a modal verbik wil vastmaken
Perfect tenseik heb vastgemaakt
With om ... teom vast te maken
Imperativemaak vast!

Separable verbs: rules and checker

Practise vastmaken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is maak. The infinitive maken has k before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (maakte, maakten) and the participle ends in -t (vastgemaakt).
  • Separable verb. In a main clause the prefix vast goes to the end: ik maak vast. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik vastmaak, ... dat ik vastmaakte.
  • In the participle, ge goes between the two parts: vastgemaakt.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of vastmaken?

maakte vast (ik, jij, hij/zij/het) and maakten vast (wij, jullie, zij).

What is the past participle of vastmaken?

vastgemaakt, with hebben: ik heb vastgemaakt.

Is vastmaken used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb vastgemaakt, hij heeft vastgemaakt.

Is vastmaken a separable verb?

Yes. In a main clause vast goes to the end (ik maak vast), in a subordinate clause it stays attached (dat ik vastmaak). Participle: vastgemaakt.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.