Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Dekken

dekken = to cover, set the table

Hele werkwoord
dekken
Verleden tijd
dekte · dekten
Voltooide tijd
heeft gedekt

Kort antwoord

Dekken is in het Engels to cover, set the table. Verleden tijd: dekte (enkelvoud) en dekten (meervoud). Voltooid deelwoord: gedekt, met hebben: ik heb gedekt.

Oefen dekken

Tegenwoordige tijd

ikdek
jijdekt
hij/zij/hetdekt
wijdekken
julliedekken
zijdekken

Verleden tijd

ikdekte
jijdekte
hij/zij/hetdekte
wijdekten
julliedekten
zijdekten

Voltooide tijd

ikheb gedekt
jijhebt gedekt
hij/zij/hetheeft gedekt
wijhebben gedekt
julliehebben gedekt
zijhebben gedekt

Voltooid verleden tijd

ikhad gedekt
jijhad gedekt
hij/zij/hethad gedekt
wijhadden gedekt
julliehadden gedekt
zijhadden gedekt

Toekomende tijd

ikzal dekken
jijzult dekken
hij/zij/hetzal dekken
wijzullen dekken
julliezullen dekken
zijzullen dekken

Voorwaardelijke wijs

ikzou dekken
jijzou dekken
hij/zij/hetzou dekken
wijzouden dekken
julliezouden dekken
zijzouden dekken

Oefen dekken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

dekken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik de tafel voor het avondeten.

  2. Verleden tijd

    Gisteravond mijn zus de tafel voor zes personen.

  3. Voltooide tijd

    Jullie de tafel mooi voor de gasten.

  4. Bijzin

    Mama is blij, omdat jij vanavond de tafel .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is dek. In dekken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (dekte, dekten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gedekt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij dekt, maar dek jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van dekken?

dekte (ik, jij, hij/zij/het) en dekten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van dekken?

gedekt, met hebben: ik heb gedekt.

Gebruik je dekken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gedekt, hij heeft gedekt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.