Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Experimenteren

experimenteren = to experiment

Hele werkwoord
experimenteren
Verleden tijd
experimenteerde · experimenteerden
Voltooide tijd
heeft geëxperimenteerd

Kort antwoord

Experimenteren is in het Engels to experiment. Verleden tijd: experimenteerde (enkelvoud) en experimenteerden (meervoud). Voltooid deelwoord: geëxperimenteerd, met hebben: ik heb geëxperimenteerd.

Oefen experimenteren

Tegenwoordige tijd

ikexperimenteer
jijexperimenteert
hij/zij/hetexperimenteert
wijexperimenteren
jullieexperimenteren
zijexperimenteren

Verleden tijd

ikexperimenteerde
jijexperimenteerde
hij/zij/hetexperimenteerde
wijexperimenteerden
jullieexperimenteerden
zijexperimenteerden

Voltooide tijd

ikheb geëxperimenteerd
jijhebt geëxperimenteerd
hij/zij/hetheeft geëxperimenteerd
wijhebben geëxperimenteerd
julliehebben geëxperimenteerd
zijhebben geëxperimenteerd

Voltooid verleden tijd

ikhad geëxperimenteerd
jijhad geëxperimenteerd
hij/zij/hethad geëxperimenteerd
wijhadden geëxperimenteerd
julliehadden geëxperimenteerd
zijhadden geëxperimenteerd

Toekomende tijd

ikzal experimenteren
jijzult experimenteren
hij/zij/hetzal experimenteren
wijzullen experimenteren
julliezullen experimenteren
zijzullen experimenteren

Voorwaardelijke wijs

ikzou experimenteren
jijzou experimenteren
hij/zij/hetzou experimenteren
wijzouden experimenteren
julliezouden experimenteren
zijzouden experimenteren

Oefen experimenteren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

experimenteren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik graag met nieuwe recepten in de keuken.

  2. Verleden tijd

    De kinderen vroeger altijd met water en zand.

  3. Voltooide tijd

    Hij vorige week met een andere kleur verf .

  4. Bijzin

    Ze was blij, toen ze eindelijk met die nieuwe camera mocht .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is experimenteer. In experimenteren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (experimenteerde, experimenteerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geëxperimenteerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij experimenteert, maar experimenteer jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van experimenteren?

experimenteerde (ik, jij, hij/zij/het) en experimenteerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van experimenteren?

geëxperimenteerd, met hebben: ik heb geëxperimenteerd.

Gebruik je experimenteren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geëxperimenteerd, hij heeft geëxperimenteerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.