Niveau A1 · Regelmatig
Vervoeging van Fietsen
fietsen = to cycle
- Hele werkwoord
- fietsen
- Verleden tijd
- fietste · fietsten
- Voltooide tijd
- heeft / is gefietst
Kort antwoord
Fietsen is in het Engels to cycle. Verleden tijd: fietste (enkelvoud) en fietsten (meervoud). Voltooid deelwoord: gefietst, met hebben / zijn: ik heb / ben gefietst.
Oefen fietsenTegenwoordige tijd
| ik | fiets |
| jij | fietst |
| hij/zij/het | fietst |
| wij | fietsen |
| jullie | fietsen |
| zij | fietsen |
Verleden tijd
| ik | fietste |
| jij | fietste |
| hij/zij/het | fietste |
| wij | fietsten |
| jullie | fietsten |
| zij | fietsten |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben gefietst |
| jij | hebt / bent gefietst |
| hij/zij/het | heeft / is gefietst |
| wij | hebben / zijn gefietst |
| jullie | hebben / zijn gefietst |
| zij | hebben / zijn gefietst |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was gefietst |
| jij | had / was gefietst |
| hij/zij/het | had / was gefietst |
| wij | hadden / waren gefietst |
| jullie | hadden / waren gefietst |
| zij | hadden / waren gefietst |
Toekomende tijd
| ik | zal fietsen |
| jij | zult fietsen |
| hij/zij/het | zal fietsen |
| wij | zullen fietsen |
| jullie | zullen fietsen |
| zij | zullen fietsen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou fietsen |
| jij | zou fietsen |
| hij/zij/het | zou fietsen |
| wij | zouden fietsen |
| jullie | zouden fietsen |
| zij | zouden fietsen |
Oefen fietsen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is fiets. In fietsen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (fietste, fietsten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gefietst).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij fietst, maar fiets jij?
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ik heb vandaag gefietst. Ik ben naar mijn werk gefietst.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van fietsen?
fietste (ik, jij, hij/zij/het) en fietsten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van fietsen?
gefietst, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ik heb vandaag gefietst. Ik ben naar mijn werk gefietst.
Gebruik je fietsen met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ik heb vandaag gefietst. Ik ben naar mijn werk gefietst.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.