Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Grillen

grillen = to grill

Hele werkwoord
grillen
Verleden tijd
grilde · grilden
Voltooide tijd
heeft gegrild

Kort antwoord

Grillen is in het Engels to grill. Verleden tijd: grilde (enkelvoud) en grilden (meervoud). Voltooid deelwoord: gegrild, met hebben: ik heb gegrild.

Oefen grillen

Tegenwoordige tijd

ikgril
jijgrilt
hij/zij/hetgrilt
wijgrillen
julliegrillen
zijgrillen

Verleden tijd

ikgrilde
jijgrilde
hij/zij/hetgrilde
wijgrilden
julliegrilden
zijgrilden

Voltooide tijd

ikheb gegrild
jijhebt gegrild
hij/zij/hetheeft gegrild
wijhebben gegrild
julliehebben gegrild
zijhebben gegrild

Voltooid verleden tijd

ikhad gegrild
jijhad gegrild
hij/zij/hethad gegrild
wijhadden gegrild
julliehadden gegrild
zijhadden gegrild

Toekomende tijd

ikzal grillen
jijzult grillen
hij/zij/hetzal grillen
wijzullen grillen
julliezullen grillen
zijzullen grillen

Voorwaardelijke wijs

ikzou grillen
jijzou grillen
hij/zij/hetzou grillen
wijzouden grillen
julliezouden grillen
zijzouden grillen

Oefen grillen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

grillen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Jij de kip altijd te lang.

  2. Verleden tijd

    Mijn oom gisteren worstjes voor alle gasten.

  3. Voltooide tijd

    Wij afgelopen zomer vaak groenten .

  4. Bijzin

    De buren kwamen kijken, toen hij het vlees .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is gril. In grillen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (grilde, grilden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gegrild).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij grilt, maar gril jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van grillen?

grilde (ik, jij, hij/zij/het) en grilden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van grillen?

gegrild, met hebben: ik heb gegrild.

Gebruik je grillen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gegrild, hij heeft gegrild.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.