Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Kloppen

kloppen = to knock or defeat

Hele werkwoord
kloppen
Verleden tijd
klopte · klopten
Voltooide tijd
heeft geklopt

Kort antwoord

Kloppen is in het Engels to knock or defeat. Verleden tijd: klopte (enkelvoud) en klopten (meervoud). Voltooid deelwoord: geklopt, met hebben: ik heb geklopt.

Oefen kloppen

Tegenwoordige tijd

ikklop
jijklopt
hij/zij/hetklopt
wijkloppen
julliekloppen
zijkloppen

Verleden tijd

ikklopte
jijklopte
hij/zij/hetklopte
wijklopten
jullieklopten
zijklopten

Voltooide tijd

ikheb geklopt
jijhebt geklopt
hij/zij/hetheeft geklopt
wijhebben geklopt
julliehebben geklopt
zijhebben geklopt

Voltooid verleden tijd

ikhad geklopt
jijhad geklopt
hij/zij/hethad geklopt
wijhadden geklopt
julliehadden geklopt
zijhadden geklopt

Toekomende tijd

ikzal kloppen
jijzult kloppen
hij/zij/hetzal kloppen
wijzullen kloppen
julliezullen kloppen
zijzullen kloppen

Voorwaardelijke wijs

ikzou kloppen
jijzou kloppen
hij/zij/hetzou kloppen
wijzouden kloppen
julliezouden kloppen
zijzouden kloppen

Oefen kloppen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

kloppen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Verleden tijd

    Ik drie keer voordat hij opendeed.

  2. Voltooide tijd

    De buurman net bij ons .

  3. Verleden tijd

    Zij zachtjes op het raam.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is klop. In kloppen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (klopte, klopten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geklopt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij klopt, maar klop jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van kloppen?

klopte (ik, jij, hij/zij/het) en klopten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van kloppen?

geklopt, met hebben: ik heb geklopt.

Gebruik je kloppen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geklopt, hij heeft geklopt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.