Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Plassen
plassen = to urinate
- Hele werkwoord
- plassen
- Verleden tijd
- plaste · plasten
- Voltooide tijd
- heeft geplast
Kort antwoord
Plassen is in het Engels to urinate. Verleden tijd: plaste (enkelvoud) en plasten (meervoud). Voltooid deelwoord: geplast, met hebben: ik heb geplast.
Oefen plassenTegenwoordige tijd
| ik | plas |
| jij | plast |
| hij/zij/het | plast |
| wij | plassen |
| jullie | plassen |
| zij | plassen |
Verleden tijd
| ik | plaste |
| jij | plaste |
| hij/zij/het | plaste |
| wij | plasten |
| jullie | plasten |
| zij | plasten |
Voltooide tijd
| ik | heb geplast |
| jij | hebt geplast |
| hij/zij/het | heeft geplast |
| wij | hebben geplast |
| jullie | hebben geplast |
| zij | hebben geplast |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geplast |
| jij | had geplast |
| hij/zij/het | had geplast |
| wij | hadden geplast |
| jullie | hadden geplast |
| zij | hadden geplast |
Toekomende tijd
| ik | zal plassen |
| jij | zult plassen |
| hij/zij/het | zal plassen |
| wij | zullen plassen |
| jullie | zullen plassen |
| zij | zullen plassen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou plassen |
| jij | zou plassen |
| hij/zij/het | zou plassen |
| wij | zouden plassen |
| jullie | zouden plassen |
| zij | zouden plassen |
Oefen plassen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
plassen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is plas. In plassen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (plaste, plasten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geplast).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij plast, maar plas jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van plassen?
plaste (ik, jij, hij/zij/het) en plasten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van plassen?
geplast, met hebben: ik heb geplast.
Gebruik je plassen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geplast, hij heeft geplast.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.