Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Prikken
prikken = to prick, to poke
- Hele werkwoord
- prikken
- Verleden tijd
- prikte · prikten
- Voltooide tijd
- heeft geprikt
Kort antwoord
Prikken is in het Engels to prick, to poke. Verleden tijd: prikte (enkelvoud) en prikten (meervoud). Voltooid deelwoord: geprikt, met hebben: ik heb geprikt.
Oefen prikkenTegenwoordige tijd
| ik | prik |
| jij | prikt |
| hij/zij/het | prikt |
| wij | prikken |
| jullie | prikken |
| zij | prikken |
Verleden tijd
| ik | prikte |
| jij | prikte |
| hij/zij/het | prikte |
| wij | prikten |
| jullie | prikten |
| zij | prikten |
Voltooide tijd
| ik | heb geprikt |
| jij | hebt geprikt |
| hij/zij/het | heeft geprikt |
| wij | hebben geprikt |
| jullie | hebben geprikt |
| zij | hebben geprikt |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geprikt |
| jij | had geprikt |
| hij/zij/het | had geprikt |
| wij | hadden geprikt |
| jullie | hadden geprikt |
| zij | hadden geprikt |
Toekomende tijd
| ik | zal prikken |
| jij | zult prikken |
| hij/zij/het | zal prikken |
| wij | zullen prikken |
| jullie | zullen prikken |
| zij | zullen prikken |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou prikken |
| jij | zou prikken |
| hij/zij/het | zou prikken |
| wij | zouden prikken |
| jullie | zouden prikken |
| zij | zouden prikken |
Oefen prikken
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
prikken in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is prik. In prikken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (prikte, prikten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geprikt).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij prikt, maar prik jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van prikken?
prikte (ik, jij, hij/zij/het) en prikten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van prikken?
geprikt, met hebben: ik heb geprikt.
Gebruik je prikken met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geprikt, hij heeft geprikt.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.