Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Repareren

repareren = to repair

Hele werkwoord
repareren
Verleden tijd
repareerde · repareerden
Voltooide tijd
heeft gerepareerd

Kort antwoord

Repareren is in het Engels to repair. Verleden tijd: repareerde (enkelvoud) en repareerden (meervoud). Voltooid deelwoord: gerepareerd, met hebben: ik heb gerepareerd.

Oefen repareren

Tegenwoordige tijd

ikrepareer
jijrepareert
hij/zij/hetrepareert
wijrepareren
jullierepareren
zijrepareren

Verleden tijd

ikrepareerde
jijrepareerde
hij/zij/hetrepareerde
wijrepareerden
jullierepareerden
zijrepareerden

Voltooide tijd

ikheb gerepareerd
jijhebt gerepareerd
hij/zij/hetheeft gerepareerd
wijhebben gerepareerd
julliehebben gerepareerd
zijhebben gerepareerd

Voltooid verleden tijd

ikhad gerepareerd
jijhad gerepareerd
hij/zij/hethad gerepareerd
wijhadden gerepareerd
julliehadden gerepareerd
zijhadden gerepareerd

Toekomende tijd

ikzal repareren
jijzult repareren
hij/zij/hetzal repareren
wijzullen repareren
julliezullen repareren
zijzullen repareren

Voorwaardelijke wijs

ikzou repareren
jijzou repareren
hij/zij/hetzou repareren
wijzouden repareren
julliezouden repareren
zijzouden repareren

Oefen repareren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

repareren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn vader elke zaterdag zijn oude fiets.

  2. Verleden tijd

    De monteur gisteren onze wasmachine.

  3. Voltooide tijd

    Wij de kapotte stoel zelf .

  4. Bijzin

    Ik bel de winkel, omdat ze mijn telefoon niet .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is repareer. In repareren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (repareerde, repareerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gerepareerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij repareert, maar repareer jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van repareren?

repareerde (ik, jij, hij/zij/het) en repareerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van repareren?

gerepareerd, met hebben: ik heb gerepareerd.

Gebruik je repareren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gerepareerd, hij heeft gerepareerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.