Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Slikken

slikken = to swallow

Hele werkwoord
slikken
Verleden tijd
slikte · slikten
Voltooide tijd
heeft geslikt

Kort antwoord

Slikken is in het Engels to swallow. Verleden tijd: slikte (enkelvoud) en slikten (meervoud). Voltooid deelwoord: geslikt, met hebben: ik heb geslikt.

Oefen slikken

Tegenwoordige tijd

ikslik
jijslikt
hij/zij/hetslikt
wijslikken
jullieslikken
zijslikken

Verleden tijd

ikslikte
jijslikte
hij/zij/hetslikte
wijslikten
jullieslikten
zijslikten

Voltooide tijd

ikheb geslikt
jijhebt geslikt
hij/zij/hetheeft geslikt
wijhebben geslikt
julliehebben geslikt
zijhebben geslikt

Voltooid verleden tijd

ikhad geslikt
jijhad geslikt
hij/zij/hethad geslikt
wijhadden geslikt
julliehadden geslikt
zijhadden geslikt

Toekomende tijd

ikzal slikken
jijzult slikken
hij/zij/hetzal slikken
wijzullen slikken
julliezullen slikken
zijzullen slikken

Voorwaardelijke wijs

ikzou slikken
jijzou slikken
hij/zij/hetzou slikken
wijzouden slikken
julliezouden slikken
zijzouden slikken

Oefen slikken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

slikken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Jij de pil met een glas water.

  2. Verleden tijd

    De baby de melk snel door.

  3. Bijzin

    Het doet pijn als ik .

  4. Tegenwoordige tijd

    Wij de medicijnen elke ochtend na het ontbijt.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is slik. In slikken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (slikte, slikten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geslikt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij slikt, maar slik jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van slikken?

slikte (ik, jij, hij/zij/het) en slikten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van slikken?

geslikt, met hebben: ik heb geslikt.

Gebruik je slikken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geslikt, hij heeft geslikt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.