Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Slikken
slikken = to swallow
- Hele werkwoord
- slikken
- Verleden tijd
- slikte · slikten
- Voltooide tijd
- heeft geslikt
Kort antwoord
Slikken is in het Engels to swallow. Verleden tijd: slikte (enkelvoud) en slikten (meervoud). Voltooid deelwoord: geslikt, met hebben: ik heb geslikt.
Oefen slikkenTegenwoordige tijd
| ik | slik |
| jij | slikt |
| hij/zij/het | slikt |
| wij | slikken |
| jullie | slikken |
| zij | slikken |
Verleden tijd
| ik | slikte |
| jij | slikte |
| hij/zij/het | slikte |
| wij | slikten |
| jullie | slikten |
| zij | slikten |
Voltooide tijd
| ik | heb geslikt |
| jij | hebt geslikt |
| hij/zij/het | heeft geslikt |
| wij | hebben geslikt |
| jullie | hebben geslikt |
| zij | hebben geslikt |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geslikt |
| jij | had geslikt |
| hij/zij/het | had geslikt |
| wij | hadden geslikt |
| jullie | hadden geslikt |
| zij | hadden geslikt |
Toekomende tijd
| ik | zal slikken |
| jij | zult slikken |
| hij/zij/het | zal slikken |
| wij | zullen slikken |
| jullie | zullen slikken |
| zij | zullen slikken |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou slikken |
| jij | zou slikken |
| hij/zij/het | zou slikken |
| wij | zouden slikken |
| jullie | zouden slikken |
| zij | zouden slikken |
Oefen slikken
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
slikken in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is slik. In slikken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (slikte, slikten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geslikt).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij slikt, maar slik jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van slikken?
slikte (ik, jij, hij/zij/het) en slikten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van slikken?
geslikt, met hebben: ik heb geslikt.
Gebruik je slikken met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geslikt, hij heeft geslikt.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.