Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Staren

staren = to stare

Hele werkwoord
staren
Verleden tijd
staarde · staarden
Voltooide tijd
heeft gestaard

Kort antwoord

Staren is in het Engels to stare. Verleden tijd: staarde (enkelvoud) en staarden (meervoud). Voltooid deelwoord: gestaard, met hebben: ik heb gestaard.

Oefen staren

Tegenwoordige tijd

ikstaar
jijstaart
hij/zij/hetstaart
wijstaren
julliestaren
zijstaren

Verleden tijd

ikstaarde
jijstaarde
hij/zij/hetstaarde
wijstaarden
julliestaarden
zijstaarden

Voltooide tijd

ikheb gestaard
jijhebt gestaard
hij/zij/hetheeft gestaard
wijhebben gestaard
julliehebben gestaard
zijhebben gestaard

Voltooid verleden tijd

ikhad gestaard
jijhad gestaard
hij/zij/hethad gestaard
wijhadden gestaard
julliehadden gestaard
zijhadden gestaard

Toekomende tijd

ikzal staren
jijzult staren
hij/zij/hetzal staren
wijzullen staren
julliezullen staren
zijzullen staren

Voorwaardelijke wijs

ikzou staren
jijzou staren
hij/zij/hetzou staren
wijzouden staren
julliezouden staren
zijzouden staren

Oefen staren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

staren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het kind naar de vissen in het water.

  2. Verleden tijd

    Ik lang naar de lege straat.

  3. Voltooide tijd

    Jullie de hele les uit het raam .

  4. Bijzin

    Ik word zenuwachtig als jij zo naar me .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is staar. In staren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (staarde, staarden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gestaard).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij staart, maar staar jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van staren?

staarde (ik, jij, hij/zij/het) en staarden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van staren?

gestaard, met hebben: ik heb gestaard.

Gebruik je staren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gestaard, hij heeft gestaard.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.