Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Stromen
stromen = to flow
- Hele werkwoord
- stromen
- Verleden tijd
- stroomde · stroomden
- Voltooide tijd
- heeft / is gestroomd
Kort antwoord
Stromen is in het Engels to flow. Verleden tijd: stroomde (enkelvoud) en stroomden (meervoud). Voltooid deelwoord: gestroomd, met hebben / zijn: ik heb / ben gestroomd.
Oefen stromenTegenwoordige tijd
| ik | stroom |
| jij | stroomt |
| hij/zij/het | stroomt |
| wij | stromen |
| jullie | stromen |
| zij | stromen |
Verleden tijd
| ik | stroomde |
| jij | stroomde |
| hij/zij/het | stroomde |
| wij | stroomden |
| jullie | stroomden |
| zij | stroomden |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben gestroomd |
| jij | hebt / bent gestroomd |
| hij/zij/het | heeft / is gestroomd |
| wij | hebben / zijn gestroomd |
| jullie | hebben / zijn gestroomd |
| zij | hebben / zijn gestroomd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was gestroomd |
| jij | had / was gestroomd |
| hij/zij/het | had / was gestroomd |
| wij | hadden / waren gestroomd |
| jullie | hadden / waren gestroomd |
| zij | hadden / waren gestroomd |
Toekomende tijd
| ik | zal stromen |
| jij | zult stromen |
| hij/zij/het | zal stromen |
| wij | zullen stromen |
| jullie | zullen stromen |
| zij | zullen stromen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou stromen |
| jij | zou stromen |
| hij/zij/het | zou stromen |
| wij | zouden stromen |
| jullie | zouden stromen |
| zij | zouden stromen |
Oefen stromen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
stromen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is stroom. In stromen staat m voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (stroomde, stroomden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gestroomd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij stroomt, maar stroom jij?
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Het water heeft de hele nacht door de gang gestroomd. Het water is de kelder in gestroomd.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van stromen?
stroomde (ik, jij, hij/zij/het) en stroomden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van stromen?
gestroomd, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Het water heeft de hele nacht door de gang gestroomd. Het water is de kelder in gestroomd.
Gebruik je stromen met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: Het water heeft de hele nacht door de gang gestroomd. Het water is de kelder in gestroomd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.