Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Stromen

stromen = to flow

Hele werkwoord
stromen
Verleden tijd
stroomde · stroomden
Voltooide tijd
heeft / is gestroomd

Kort antwoord

Stromen is in het Engels to flow. Verleden tijd: stroomde (enkelvoud) en stroomden (meervoud). Voltooid deelwoord: gestroomd, met hebben / zijn: ik heb / ben gestroomd.

Oefen stromen

Tegenwoordige tijd

ikstroom
jijstroomt
hij/zij/hetstroomt
wijstromen
julliestromen
zijstromen

Verleden tijd

ikstroomde
jijstroomde
hij/zij/hetstroomde
wijstroomden
julliestroomden
zijstroomden

Voltooide tijd

ikheb / ben gestroomd
jijhebt / bent gestroomd
hij/zij/hetheeft / is gestroomd
wijhebben / zijn gestroomd
julliehebben / zijn gestroomd
zijhebben / zijn gestroomd

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gestroomd
jijhad / was gestroomd
hij/zij/hethad / was gestroomd
wijhadden / waren gestroomd
julliehadden / waren gestroomd
zijhadden / waren gestroomd

Toekomende tijd

ikzal stromen
jijzult stromen
hij/zij/hetzal stromen
wijzullen stromen
julliezullen stromen
zijzullen stromen

Voorwaardelijke wijs

ikzou stromen
jijzou stromen
hij/zij/hetzou stromen
wijzouden stromen
julliezouden stromen
zijzouden stromen

Oefen stromen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

stromen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Verleden tijd

    Het water vroeger rustig langs ons huis.

  2. Voltooide tijd

    Toen de dijk brak, het water de straat in .

  3. Bijzin

    Ik schrik, omdat het water de kelder in .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is stroom. In stromen staat m voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (stroomde, stroomden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gestroomd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij stroomt, maar stroom jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Het water heeft de hele nacht door de gang gestroomd. Het water is de kelder in gestroomd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van stromen?

stroomde (ik, jij, hij/zij/het) en stroomden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van stromen?

gestroomd, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Het water heeft de hele nacht door de gang gestroomd. Het water is de kelder in gestroomd.

Gebruik je stromen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Het water heeft de hele nacht door de gang gestroomd. Het water is de kelder in gestroomd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.