Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Trillen

trillen = to tremble or vibrate

Hele werkwoord
trillen
Verleden tijd
trilde · trilden
Voltooide tijd
heeft getrild

Kort antwoord

Trillen is in het Engels to tremble or vibrate. Verleden tijd: trilde (enkelvoud) en trilden (meervoud). Voltooid deelwoord: getrild, met hebben: ik heb getrild.

Oefen trillen

Tegenwoordige tijd

iktril
jijtrilt
hij/zij/hettrilt
wijtrillen
jullietrillen
zijtrillen

Verleden tijd

iktrilde
jijtrilde
hij/zij/hettrilde
wijtrilden
jullietrilden
zijtrilden

Voltooide tijd

ikheb getrild
jijhebt getrild
hij/zij/hetheeft getrild
wijhebben getrild
julliehebben getrild
zijhebben getrild

Voltooid verleden tijd

ikhad getrild
jijhad getrild
hij/zij/hethad getrild
wijhadden getrild
julliehadden getrild
zijhadden getrild

Toekomende tijd

ikzal trillen
jijzult trillen
hij/zij/hetzal trillen
wijzullen trillen
julliezullen trillen
zijzullen trillen

Voorwaardelijke wijs

ikzou trillen
jijzou trillen
hij/zij/hetzou trillen
wijzouden trillen
julliezouden trillen
zijzouden trillen

Oefen trillen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

trillen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn telefoon op tafel als iemand mij belt.

  2. Verleden tijd

    Haar handen van de kou.

  3. Bijzin

    Ik voel dat mijn benen , omdat ik zo zenuwachtig ben.

  4. Verleden tijd

    Het kleine meisje van angst tijdens het onweer.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is tril. In trillen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (trilde, trilden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (getrild).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij trilt, maar tril jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van trillen?

trilde (ik, jij, hij/zij/het) en trilden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van trillen?

getrild, met hebben: ik heb getrild.

Gebruik je trillen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb getrild, hij heeft getrild.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.