Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Trillen
trillen = to tremble or vibrate
- Hele werkwoord
- trillen
- Verleden tijd
- trilde · trilden
- Voltooide tijd
- heeft getrild
Kort antwoord
Trillen is in het Engels to tremble or vibrate. Verleden tijd: trilde (enkelvoud) en trilden (meervoud). Voltooid deelwoord: getrild, met hebben: ik heb getrild.
Oefen trillenTegenwoordige tijd
| ik | tril |
| jij | trilt |
| hij/zij/het | trilt |
| wij | trillen |
| jullie | trillen |
| zij | trillen |
Verleden tijd
| ik | trilde |
| jij | trilde |
| hij/zij/het | trilde |
| wij | trilden |
| jullie | trilden |
| zij | trilden |
Voltooide tijd
| ik | heb getrild |
| jij | hebt getrild |
| hij/zij/het | heeft getrild |
| wij | hebben getrild |
| jullie | hebben getrild |
| zij | hebben getrild |
Voltooid verleden tijd
| ik | had getrild |
| jij | had getrild |
| hij/zij/het | had getrild |
| wij | hadden getrild |
| jullie | hadden getrild |
| zij | hadden getrild |
Toekomende tijd
| ik | zal trillen |
| jij | zult trillen |
| hij/zij/het | zal trillen |
| wij | zullen trillen |
| jullie | zullen trillen |
| zij | zullen trillen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou trillen |
| jij | zou trillen |
| hij/zij/het | zou trillen |
| wij | zouden trillen |
| jullie | zouden trillen |
| zij | zouden trillen |
Oefen trillen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
trillen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is tril. In trillen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (trilde, trilden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (getrild).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij trilt, maar tril jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van trillen?
trilde (ik, jij, hij/zij/het) en trilden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van trillen?
getrild, met hebben: ik heb getrild.
Gebruik je trillen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb getrild, hij heeft getrild.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.