Niveau B2 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Vastleggen
vastleggen = to fasten, to specify
- Hele werkwoord
- vastleggen
- Verleden tijd
- legde vast · legden vast
- Voltooide tijd
- heeft vastgelegd
Kort antwoord
Vastleggen is in het Engels to fasten, to specify. Verleden tijd: legde vast (enkelvoud) en legden vast (meervoud). Voltooid deelwoord: vastgelegd, met hebben: ik heb vastgelegd.
Oefen vastleggenTegenwoordige tijd
| ik | leg vast |
| jij | legt vast |
| hij/zij/het | legt vast |
| wij | leggen vast |
| jullie | leggen vast |
| zij | leggen vast |
Verleden tijd
| ik | legde vast |
| jij | legde vast |
| hij/zij/het | legde vast |
| wij | legden vast |
| jullie | legden vast |
| zij | legden vast |
Voltooide tijd
| ik | heb vastgelegd |
| jij | hebt vastgelegd |
| hij/zij/het | heeft vastgelegd |
| wij | hebben vastgelegd |
| jullie | hebben vastgelegd |
| zij | hebben vastgelegd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had vastgelegd |
| jij | had vastgelegd |
| hij/zij/het | had vastgelegd |
| wij | hadden vastgelegd |
| jullie | hadden vastgelegd |
| zij | hadden vastgelegd |
Toekomende tijd
| ik | zal vastleggen |
| jij | zult vastleggen |
| hij/zij/het | zal vastleggen |
| wij | zullen vastleggen |
| jullie | zullen vastleggen |
| zij | zullen vastleggen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou vastleggen |
| jij | zou vastleggen |
| hij/zij/het | zou vastleggen |
| wij | zouden vastleggen |
| jullie | zouden vastleggen |
| zij | zouden vastleggen |
Vastleggen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat vast naar het einde (ik leg vast). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik vastleg). Voltooid deelwoord: vastgelegd.
| Hoofdzin | ik leg vast |
| Vraag | leg jij vast? |
| Bijzin | … dat ik vastleg |
| Met een modaal werkwoord | ik wil vastleggen |
| Voltooide tijd | ik heb vastgelegd |
| Met om ... te | om vast te leggen |
| Gebiedende wijs | leg vast! |
Oefen vastleggen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
vastleggen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is leg. In leggen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (legde, legden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (vastgelegd).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat vast naar het eind: ik leg vast. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik vastleg, ... dat ik vastlegde.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: vastgelegd.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van vastleggen?
legde vast (ik, jij, hij/zij/het) en legden vast (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van vastleggen?
vastgelegd, met hebben: ik heb vastgelegd.
Gebruik je vastleggen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb vastgelegd, hij heeft vastgelegd.
Is vastleggen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat vast naar het einde (ik leg vast), in een bijzin blijft het vast (dat ik vastleg). Voltooid deelwoord: vastgelegd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.