Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Onregelmatig, niet scheidbaar

Vervoeging van Verlopen

verlopen = to pass, expire

Hele werkwoord
verlopen
Verleden tijd
verliep · verliepen
Voltooide tijd
is verlopen

Kort antwoord

Verlopen is in het Engels to pass, expire. Verleden tijd: verliep (enkelvoud) en verliepen (meervoud). Voltooid deelwoord: verlopen, met zijn: ik ben verlopen.

Oefen verlopen

Tegenwoordige tijd

ikverloop
jijverloopt
hij/zij/hetverloopt
wijverlopen
jullieverlopen
zijverlopen

Verleden tijd

ikverliep
jijverliep
hij/zij/hetverliep
wijverliepen
jullieverliepen
zijverliepen

Voltooide tijd

ikben verlopen
jijbent verlopen
hij/zij/hetis verlopen
wijzijn verlopen
julliezijn verlopen
zijzijn verlopen

Voltooid verleden tijd

ikwas verlopen
jijwas verlopen
hij/zij/hetwas verlopen
wijwaren verlopen
julliewaren verlopen
zijwaren verlopen

Toekomende tijd

ikzal verlopen
jijzult verlopen
hij/zij/hetzal verlopen
wijzullen verlopen
julliezullen verlopen
zijzullen verlopen

Voorwaardelijke wijs

ikzou verlopen
jijzou verlopen
hij/zij/hetzou verlopen
wijzouden verlopen
julliezouden verlopen
zijzouden verlopen

Verlopen is niet scheidbaar

Het voorvoegsel ver- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik verloop, dat ik verloop), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: verlopen.

Hoofdzinik verloop
Vraagverloop jij?
Bijzin… dat ik verloop
Met een modaal werkwoordik wil verlopen
Voltooide tijdik ben verlopen
Met om ... teom te verlopen
Gebiedende wijsverloop!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen verlopen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

verlopen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn paspoort volgende maand.

  2. Verleden tijd

    De vergadering gisteren heel rustig.

  3. Voltooide tijd

    De tijd snel tijdens onze vakantie.

  4. Bijzin

    Ik moet een nieuwe pas aanvragen omdat mijn oude pas .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: verlopen, verliep, verlopen.
  • Werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, ont-, ver- of er- krijgen geen extra ge- in het voltooid deelwoord: verlopen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij verloopt, maar verloop jij?
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben verlopen, niet ik heb verlopen.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van verlopen?

verliep (ik, jij, hij/zij/het) en verliepen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van verlopen?

verlopen, met zijn: ik ben verlopen.

Gebruik je verlopen met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben verlopen, hij is verlopen.

Is verlopen een scheidbaar werkwoord?

Nee. Het voorvoegsel ver- gaat bij verlopen nooit los (ik verloop, dat ik verloop), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: verlopen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.