Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Vissen

vissen = to fish

Hele werkwoord
vissen
Verleden tijd
viste · visten
Voltooide tijd
heeft gevist

Kort antwoord

Vissen is in het Engels to fish. Verleden tijd: viste (enkelvoud) en visten (meervoud). Voltooid deelwoord: gevist, met hebben: ik heb gevist.

Oefen vissen

Tegenwoordige tijd

ikvis
jijvist
hij/zij/hetvist
wijvissen
jullievissen
zijvissen

Verleden tijd

ikviste
jijviste
hij/zij/hetviste
wijvisten
jullievisten
zijvisten

Voltooide tijd

ikheb gevist
jijhebt gevist
hij/zij/hetheeft gevist
wijhebben gevist
julliehebben gevist
zijhebben gevist

Voltooid verleden tijd

ikhad gevist
jijhad gevist
hij/zij/hethad gevist
wijhadden gevist
julliehadden gevist
zijhadden gevist

Toekomende tijd

ikzal vissen
jijzult vissen
hij/zij/hetzal vissen
wijzullen vissen
julliezullen vissen
zijzullen vissen

Voorwaardelijke wijs

ikzou vissen
jijzou vissen
hij/zij/hetzou vissen
wijzouden vissen
julliezouden vissen
zijzouden vissen

Oefen vissen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

vissen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn opa elke zaterdag bij het meer.

  2. Verleden tijd

    Vroeger wij vaak in de rivier achter ons huis.

  3. Voltooide tijd

    Gisteren ik de hele dag , maar ik ving niets.

  4. Bijzin

    Het was mooi weer toen jullie bij de brug .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is vis. In vissen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (viste, visten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gevist).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij vist, maar vis jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van vissen?

viste (ik, jij, hij/zij/het) en visten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van vissen?

gevist, met hebben: ik heb gevist.

Gebruik je vissen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gevist, hij heeft gevist.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.