Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Voetballen

voetballen = to play football

Hele werkwoord
voetballen
Verleden tijd
voetbalde · voetbalden
Voltooide tijd
heeft gevoetbald

Kort antwoord

Voetballen is in het Engels to play football. Verleden tijd: voetbalde (enkelvoud) en voetbalden (meervoud). Voltooid deelwoord: gevoetbald, met hebben: ik heb gevoetbald.

Oefen voetballen

Tegenwoordige tijd

ikvoetbal
jijvoetbalt
hij/zij/hetvoetbalt
wijvoetballen
jullievoetballen
zijvoetballen

Verleden tijd

ikvoetbalde
jijvoetbalde
hij/zij/hetvoetbalde
wijvoetbalden
jullievoetbalden
zijvoetbalden

Voltooide tijd

ikheb gevoetbald
jijhebt gevoetbald
hij/zij/hetheeft gevoetbald
wijhebben gevoetbald
julliehebben gevoetbald
zijhebben gevoetbald

Voltooid verleden tijd

ikhad gevoetbald
jijhad gevoetbald
hij/zij/hethad gevoetbald
wijhadden gevoetbald
julliehadden gevoetbald
zijhadden gevoetbald

Toekomende tijd

ikzal voetballen
jijzult voetballen
hij/zij/hetzal voetballen
wijzullen voetballen
julliezullen voetballen
zijzullen voetballen

Voorwaardelijke wijs

ikzou voetballen
jijzou voetballen
hij/zij/hetzou voetballen
wijzouden voetballen
julliezouden voetballen
zijzouden voetballen

Oefen voetballen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

voetballen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik elke zaterdag met mijn zoon in het park.

  2. Verleden tijd

    Vroeger wij elke dag op het schoolplein.

  3. Voltooide tijd

    Jullie vanmiddag lang .

  4. Bijzin

    Hij blijft thuis omdat het regent en hij niet buiten kan .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is voetbal. In voetballen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (voetbalde, voetbalden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gevoetbald).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij voetbalt, maar voetbal jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van voetballen?

voetbalde (ik, jij, hij/zij/het) en voetbalden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van voetballen?

gevoetbald, met hebben: ik heb gevoetbald.

Gebruik je voetballen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gevoetbald, hij heeft gevoetbald.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.