Niveau A2-B1 · 10 werkwoorden
10 Dutch verbs with a fixed preposition
10 werkwoorden met een vast voorzetsel
Many Dutch verbs always come with the same preposition. Learn the verb and its preposition as one unit: wachten op, never wachten voor.
De 10 werkwoorden
- 01
- 02
- 03
- 04
- 05
- 06
- 07
- 08
- 09
- 10
Onthoud
Replace a thing with er + preposition: Ik wacht op de bus becomes Ik wacht erop. Met becomes mee: ermee.
Oefeningen
Vul de zinnen hier of op papier aan. De antwoorden staan onder elke oefening en in de PDF.
A.Fill in the preposition
- Wacht je mij?
- Ik denk mijn vakantie.
- Mijn vader houdt voetbal.
- Wie zorgt de hond als jullie weg zijn?
- Luister goed de docent.
- Waar kijk je ?
- Ze praten de hele avond politiek.
- Geloof jij geluk?
- Morgen beginnen we hoofdstuk drie.
- Interesseer jij je kunst?
Toon de antwoorden
- op
- aan
- van
- voor
- naar
- naar
- over
- in
- met / aan
- voor
B.Answer with er + preposition
- Denk je aan je examen? Ja, ik denk .
- Houd je van chocola? Ja, ik houd .
- Wacht je op het resultaat? Ja, ik wacht .
- Praten jullie over het plan? Ja, we praten .
- Begin je met de cursus? Ja, ik begin .
Toon de antwoorden
- eraan
- ervan
- erop
- erover
- ermee
Meer werkbladen
- One verb, 10 meanings: kijken
- 10 separable verbs with op
- 10 Dutch verbs that take zijn
- 10 separable verbs with uit
- 10 reflexive Dutch verbs
- 10 irregular Dutch verbs in the past tense
- 10 separable verbs with aan
- Alle werkbladen
Oefen ook online
Oefen alle tijden met directe feedback in de werkwoordentrainer, of zoek elk werkwoord op in de gratis vervoeger.
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.