Level B2 · Irregular, separable
Uitzenden conjugation
uitzenden = to broadcast
- Infinitive
- uitzenden
- Past
- zond uit · zonden uit
- Perfect
- heeft uitgezonden
Quick answer
Uitzenden means to broadcast. Past tense: zond uit (singular) and zonden uit (plural). Past participle: uitgezonden, with hebben: ik heb uitgezonden.
Practise uitzendenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | zend uit |
| jij | zendt uit |
| hij/zij/het | zendt uit |
| wij | zenden uit |
| jullie | zenden uit |
| zij | zenden uit |
Past (verleden tijd)
| ik | zond uit |
| jij | zond uit |
| hij/zij/het | zond uit |
| wij | zonden uit |
| jullie | zonden uit |
| zij | zonden uit |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb uitgezonden |
| jij | hebt uitgezonden |
| hij/zij/het | heeft uitgezonden |
| wij | hebben uitgezonden |
| jullie | hebben uitgezonden |
| zij | hebben uitgezonden |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had uitgezonden |
| jij | had uitgezonden |
| hij/zij/het | had uitgezonden |
| wij | hadden uitgezonden |
| jullie | hadden uitgezonden |
| zij | hadden uitgezonden |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal uitzenden |
| jij | zult uitzenden |
| hij/zij/het | zal uitzenden |
| wij | zullen uitzenden |
| jullie | zullen uitzenden |
| zij | zullen uitzenden |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou uitzenden |
| jij | zou uitzenden |
| hij/zij/het | zou uitzenden |
| wij | zouden uitzenden |
| jullie | zouden uitzenden |
| zij | zouden uitzenden |
Uitzenden is a separable verb
In a main clause uit goes to the end (ik zend uit). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik uitzend). Participle: uitgezonden.
| Main clause | ik zend uit |
| Question | zend jij uit? |
| Subordinate clause | … dat ik uitzend |
| With a modal verb | ik wil uitzenden |
| Perfect tense | ik heb uitgezonden |
| With om ... te | om uit te zenden |
| Imperative | zend uit! |
Practise uitzenden
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: uitzenden, zond uit, uitgezonden.
- Separable verb. In a main clause the prefix uit goes to the end: ik zend uit. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik uitzend, ... dat ik uitzond.
- In the participle, ge goes between the two parts: uitgezonden.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of uitzenden?
zond uit (ik, jij, hij/zij/het) and zonden uit (wij, jullie, zij).
What is the past participle of uitzenden?
uitgezonden, with hebben: ik heb uitgezonden.
Is uitzenden used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb uitgezonden, hij heeft uitgezonden.
Is uitzenden a separable verb?
Yes. In a main clause uit goes to the end (ik zend uit), in a subordinate clause it stays attached (dat ik uitzend). Participle: uitgezonden.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.