Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Proeven

proeven = probar, degustar

Infinitivo
proeven
Pasado
proefde · proefden
Perfecto
heeft geproefd

Respuesta rápida

Proeven significa probar, degustar. Pasado: proefde (singular) y proefden (plural). Participio: geproefd, con hebben: ik heb geproefd.

Practica proeven

Presente (tegenwoordige tijd)

ikproef
jijproeft
hij/zij/hetproeft
wijproeven
jullieproeven
zijproeven

Pasado (verleden tijd)

ikproefde
jijproefde
hij/zij/hetproefde
wijproefden
jullieproefden
zijproefden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geproefd
jijhebt geproefd
hij/zij/hetheeft geproefd
wijhebben geproefd
julliehebben geproefd
zijhebben geproefd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geproefd
jijhad geproefd
hij/zij/hethad geproefd
wijhadden geproefd
julliehadden geproefd
zijhadden geproefd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal proeven
jijzult proeven
hij/zij/hetzal proeven
wijzullen proeven
julliezullen proeven
zijzullen proeven

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou proeven
jijzou proeven
hij/zij/hetzou proeven
wijzouden proeven
julliezouden proeven
zijzouden proeven

Practica proeven

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

proeven en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik de soep voordat ik hem serveer.

  2. Pasado

    De kok de saus en lachte.

  3. Pretérito perfecto

    Jij de taart al .

  4. Oración subordinada

    Ik weet dat jullie de kaas graag .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es proef. En el infinitivo proeven hay una v antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (proefde, proefden) y el participio termina en -d (geproefd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij proeft, pero proef jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de proeven?

proefde (ik, jij, hij/zij/het) y proefden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de proeven?

geproefd, con hebben: ik heb geproefd.

¿El verbo proeven va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geproefd, hij heeft geproefd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.