Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Smeren

smeren = untar

Infinitivo
smeren
Pasado
smeerde · smeerden
Perfecto
heeft gesmeerd

Respuesta rápida

Smeren significa untar. Pasado: smeerde (singular) y smeerden (plural). Participio: gesmeerd, con hebben: ik heb gesmeerd.

Practica smeren

Presente (tegenwoordige tijd)

iksmeer
jijsmeert
hij/zij/hetsmeert
wijsmeren
julliesmeren
zijsmeren

Pasado (verleden tijd)

iksmeerde
jijsmeerde
hij/zij/hetsmeerde
wijsmeerden
julliesmeerden
zijsmeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gesmeerd
jijhebt gesmeerd
hij/zij/hetheeft gesmeerd
wijhebben gesmeerd
julliehebben gesmeerd
zijhebben gesmeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gesmeerd
jijhad gesmeerd
hij/zij/hethad gesmeerd
wijhadden gesmeerd
julliehadden gesmeerd
zijhadden gesmeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal smeren
jijzult smeren
hij/zij/hetzal smeren
wijzullen smeren
julliezullen smeren
zijzullen smeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou smeren
jijzou smeren
hij/zij/hetzou smeren
wijzouden smeren
julliezouden smeren
zijzouden smeren

Practica smeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

smeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik elke ochtend boter op mijn brood.

  2. Pasado

    Gisteren mijn vader een boterham voor mij.

  3. Pretérito perfecto

    Jij al kaas op het brood .

  4. Oración subordinada

    Ik help mijn zus omdat zij de jam op de boterham .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es smeer. En el infinitivo smeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (smeerde, smeerden) y el participio termina en -d (gesmeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij smeert, pero smeer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de smeren?

smeerde (ik, jij, hij/zij/het) y smeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de smeren?

gesmeerd, con hebben: ik heb gesmeerd.

¿El verbo smeren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gesmeerd, hij heeft gesmeerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.