Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Smeren
smeren = to spread
- Hele werkwoord
- smeren
- Verleden tijd
- smeerde · smeerden
- Voltooide tijd
- heeft gesmeerd
Kort antwoord
Smeren is in het Engels to spread. Verleden tijd: smeerde (enkelvoud) en smeerden (meervoud). Voltooid deelwoord: gesmeerd, met hebben: ik heb gesmeerd.
Oefen smerenTegenwoordige tijd
| ik | smeer |
| jij | smeert |
| hij/zij/het | smeert |
| wij | smeren |
| jullie | smeren |
| zij | smeren |
Verleden tijd
| ik | smeerde |
| jij | smeerde |
| hij/zij/het | smeerde |
| wij | smeerden |
| jullie | smeerden |
| zij | smeerden |
Voltooide tijd
| ik | heb gesmeerd |
| jij | hebt gesmeerd |
| hij/zij/het | heeft gesmeerd |
| wij | hebben gesmeerd |
| jullie | hebben gesmeerd |
| zij | hebben gesmeerd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gesmeerd |
| jij | had gesmeerd |
| hij/zij/het | had gesmeerd |
| wij | hadden gesmeerd |
| jullie | hadden gesmeerd |
| zij | hadden gesmeerd |
Toekomende tijd
| ik | zal smeren |
| jij | zult smeren |
| hij/zij/het | zal smeren |
| wij | zullen smeren |
| jullie | zullen smeren |
| zij | zullen smeren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou smeren |
| jij | zou smeren |
| hij/zij/het | zou smeren |
| wij | zouden smeren |
| jullie | zouden smeren |
| zij | zouden smeren |
Oefen smeren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
smeren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is smeer. In smeren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (smeerde, smeerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gesmeerd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij smeert, maar smeer jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van smeren?
smeerde (ik, jij, hij/zij/het) en smeerden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van smeren?
gesmeerd, met hebben: ik heb gesmeerd.
Gebruik je smeren met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gesmeerd, hij heeft gesmeerd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.