Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Trappen

trappen = pisar, pedalear

Infinitivo
trappen
Pasado
trapte · trapten
Perfecto
heeft / is getrapt

Respuesta rápida

Trappen significa pisar, pedalear. Pasado: trapte (singular) y trapten (plural). Participio: getrapt, con hebben / zijn: ik heb / ben getrapt.

Practica trappen

Presente (tegenwoordige tijd)

iktrap
jijtrapt
hij/zij/hettrapt
wijtrappen
jullietrappen
zijtrappen

Pasado (verleden tijd)

iktrapte
jijtrapte
hij/zij/hettrapte
wijtrapten
jullietrapten
zijtrapten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb / ben getrapt
jijhebt / bent getrapt
hij/zij/hetheeft / is getrapt
wijhebben / zijn getrapt
julliehebben / zijn getrapt
zijhebben / zijn getrapt

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad / was getrapt
jijhad / was getrapt
hij/zij/hethad / was getrapt
wijhadden / waren getrapt
julliehadden / waren getrapt
zijhadden / waren getrapt

Futuro (toekomende tijd)

ikzal trappen
jijzult trappen
hij/zij/hetzal trappen
wijzullen trappen
julliezullen trappen
zijzullen trappen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou trappen
jijzou trappen
hij/zij/hetzou trappen
wijzouden trappen
julliezouden trappen
zijzouden trappen

Practica trappen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

trappen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De jongen hard tegen de bal.

  2. Pasado

    Jullie vroeger elke dag naar school op de fiets.

  3. Pretérito perfecto

    Hij gisteren per ongeluk tegen de deur .

  4. Oración subordinada

    Ik ben boos op mezelf omdat ik in die slimme val ben .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es trap. En el infinitivo trappen hay una p antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (trapte, trapten) y el participio termina en -t (getrapt).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij trapt, pero trap jij?
  • Hebben o zijn: hebben para la actividad en sí, zijn cuando dices adónde o qué cambió. Hij heeft tegen de bal getrapt. Ik ben in de val getrapt.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de trappen?

trapte (ik, jij, hij/zij/het) y trapten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de trappen?

getrapt, con hebben o zijn según el significado: Hij heeft tegen de bal getrapt. Ik ben in de val getrapt.

¿El verbo trappen va con hebben o con zijn?

Con los dos, según el significado: Hij heeft tegen de bal getrapt. Ik ben in de val getrapt.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.