Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Onregelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Doorslaan

doorslaan = to break through

Hele werkwoord
doorslaan
Verleden tijd
sloeg door · sloegen door
Voltooide tijd
heeft / is doorgeslagen

Kort antwoord

Doorslaan is in het Engels to break through. Verleden tijd: sloeg door (enkelvoud) en sloegen door (meervoud). Voltooid deelwoord: doorgeslagen, met hebben / zijn: ik heb / ben doorgeslagen.

Oefen doorslaan

Tegenwoordige tijd

iksla door
jijslaat door
hij/zij/hetslaat door
wijslaan door
jullieslaan door
zijslaan door

Verleden tijd

iksloeg door
jijsloeg door
hij/zij/hetsloeg door
wijsloegen door
julliesloegen door
zijsloegen door

Voltooide tijd

ikheb / ben doorgeslagen
jijhebt / bent doorgeslagen
hij/zij/hetheeft / is doorgeslagen
wijhebben / zijn doorgeslagen
julliehebben / zijn doorgeslagen
zijhebben / zijn doorgeslagen

Voltooid verleden tijd

ikhad / was doorgeslagen
jijhad / was doorgeslagen
hij/zij/hethad / was doorgeslagen
wijhadden / waren doorgeslagen
julliehadden / waren doorgeslagen
zijhadden / waren doorgeslagen

Toekomende tijd

ikzal doorslaan
jijzult doorslaan
hij/zij/hetzal doorslaan
wijzullen doorslaan
julliezullen doorslaan
zijzullen doorslaan

Voorwaardelijke wijs

ikzou doorslaan
jijzou doorslaan
hij/zij/hetzou doorslaan
wijzouden doorslaan
julliezouden doorslaan
zijzouden doorslaan

Doorslaan is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat door naar het einde (ik sla door). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik doorsla). Voltooid deelwoord: doorgeslagen.

Hoofdzinik sla door
Vraagsla jij door?
Bijzin… dat ik doorsla
Met een modaal werkwoordik wil doorslaan
Voltooide tijdik heb / ben doorgeslagen
Met om ... teom door te slaan
Gebiedende wijssla door!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen doorslaan

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

doorslaan in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De timmerman de dikke plank in het midden .

  2. Verleden tijd

    Hij het touw met één klap .

  3. Voltooide tijd

    De timmerman de plank met een bijl .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: doorslaan, sloeg door, doorgeslagen.
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat door naar het eind: ik sla door. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik doorsla, ... dat ik doorsloeg.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: doorgeslagen.
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. De timmerman heeft de plank doorgeslagen. De balans is te ver doorgeslagen naar één kant.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van doorslaan?

sloeg door (ik, jij, hij/zij/het) en sloegen door (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van doorslaan?

doorgeslagen, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: De timmerman heeft de plank doorgeslagen. De balans is te ver doorgeslagen naar één kant.

Gebruik je doorslaan met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: De timmerman heeft de plank doorgeslagen. De balans is te ver doorgeslagen naar één kant.

Is doorslaan een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat door naar het einde (ik sla door), in een bijzin blijft het vast (dat ik doorsla). Voltooid deelwoord: doorgeslagen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.