Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Duwen

duwen = to push

Hele werkwoord
duwen
Verleden tijd
duwde · duwden
Voltooide tijd
heeft geduwd

Kort antwoord

Duwen is in het Engels to push. Verleden tijd: duwde (enkelvoud) en duwden (meervoud). Voltooid deelwoord: geduwd, met hebben: ik heb geduwd.

Oefen duwen

Tegenwoordige tijd

ikduw
jijduwt
hij/zij/hetduwt
wijduwen
jullieduwen
zijduwen

Verleden tijd

ikduwde
jijduwde
hij/zij/hetduwde
wijduwden
jullieduwden
zijduwden

Voltooide tijd

ikheb geduwd
jijhebt geduwd
hij/zij/hetheeft geduwd
wijhebben geduwd
julliehebben geduwd
zijhebben geduwd

Voltooid verleden tijd

ikhad geduwd
jijhad geduwd
hij/zij/hethad geduwd
wijhadden geduwd
julliehadden geduwd
zijhadden geduwd

Toekomende tijd

ikzal duwen
jijzult duwen
hij/zij/hetzal duwen
wijzullen duwen
julliezullen duwen
zijzullen duwen

Voorwaardelijke wijs

ikzou duwen
jijzou duwen
hij/zij/hetzou duwen
wijzouden duwen
julliezouden duwen
zijzouden duwen

Oefen duwen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

duwen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De vader de kinderwagen door het park.

  2. Verleden tijd

    Gisteren ik de kapotte auto naar de garage.

  3. Voltooide tijd

    Jullie de zware kast naar de hoek .

  4. Bijzin

    Ik val bijna, omdat de jongen me in de rij .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is duw. In duwen staat w voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (duwde, duwden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geduwd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij duwt, maar duw jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van duwen?

duwde (ik, jij, hij/zij/het) en duwden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van duwen?

geduwd, met hebben: ik heb geduwd.

Gebruik je duwen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geduwd, hij heeft geduwd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.