Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Kleuren
kleuren = to color, blush
- Hele werkwoord
- kleuren
- Verleden tijd
- kleurde · kleurden
- Voltooide tijd
- heeft gekleurd
Kort antwoord
Kleuren is in het Engels to color, blush. Verleden tijd: kleurde (enkelvoud) en kleurden (meervoud). Voltooid deelwoord: gekleurd, met hebben: ik heb gekleurd.
Oefen kleurenTegenwoordige tijd
| ik | kleur |
| jij | kleurt |
| hij/zij/het | kleurt |
| wij | kleuren |
| jullie | kleuren |
| zij | kleuren |
Verleden tijd
| ik | kleurde |
| jij | kleurde |
| hij/zij/het | kleurde |
| wij | kleurden |
| jullie | kleurden |
| zij | kleurden |
Voltooide tijd
| ik | heb gekleurd |
| jij | hebt gekleurd |
| hij/zij/het | heeft gekleurd |
| wij | hebben gekleurd |
| jullie | hebben gekleurd |
| zij | hebben gekleurd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gekleurd |
| jij | had gekleurd |
| hij/zij/het | had gekleurd |
| wij | hadden gekleurd |
| jullie | hadden gekleurd |
| zij | hadden gekleurd |
Toekomende tijd
| ik | zal kleuren |
| jij | zult kleuren |
| hij/zij/het | zal kleuren |
| wij | zullen kleuren |
| jullie | zullen kleuren |
| zij | zullen kleuren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou kleuren |
| jij | zou kleuren |
| hij/zij/het | zou kleuren |
| wij | zouden kleuren |
| jullie | zouden kleuren |
| zij | zouden kleuren |
Oefen kleuren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
kleuren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is kleur. In kleuren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (kleurde, kleurden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gekleurd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij kleurt, maar kleur jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van kleuren?
kleurde (ik, jij, hij/zij/het) en kleurden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van kleuren?
gekleurd, met hebben: ik heb gekleurd.
Gebruik je kleuren met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gekleurd, hij heeft gekleurd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.