Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Passeren
passeren = to pass, happen
- Hele werkwoord
- passeren
- Verleden tijd
- passeerde · passeerden
- Voltooide tijd
- heeft / is gepasseerd
Kort antwoord
Passeren is in het Engels to pass, happen. Verleden tijd: passeerde (enkelvoud) en passeerden (meervoud). Voltooid deelwoord: gepasseerd, met hebben / zijn: ik heb / ben gepasseerd.
Oefen passerenTegenwoordige tijd
| ik | passeer |
| jij | passeert |
| hij/zij/het | passeert |
| wij | passeren |
| jullie | passeren |
| zij | passeren |
Verleden tijd
| ik | passeerde |
| jij | passeerde |
| hij/zij/het | passeerde |
| wij | passeerden |
| jullie | passeerden |
| zij | passeerden |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben gepasseerd |
| jij | hebt / bent gepasseerd |
| hij/zij/het | heeft / is gepasseerd |
| wij | hebben / zijn gepasseerd |
| jullie | hebben / zijn gepasseerd |
| zij | hebben / zijn gepasseerd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was gepasseerd |
| jij | had / was gepasseerd |
| hij/zij/het | had / was gepasseerd |
| wij | hadden / waren gepasseerd |
| jullie | hadden / waren gepasseerd |
| zij | hadden / waren gepasseerd |
Toekomende tijd
| ik | zal passeren |
| jij | zult passeren |
| hij/zij/het | zal passeren |
| wij | zullen passeren |
| jullie | zullen passeren |
| zij | zullen passeren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou passeren |
| jij | zou passeren |
| hij/zij/het | zou passeren |
| wij | zouden passeren |
| jullie | zouden passeren |
| zij | zouden passeren |
Oefen passeren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
passeren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is passeer. In passeren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (passeerde, passeerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gepasseerd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij passeert, maar passeer jij?
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. De vrachtwagen heeft ons gepasseerd. We zijn de grens bij Venlo gepasseerd.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van passeren?
passeerde (ik, jij, hij/zij/het) en passeerden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van passeren?
gepasseerd, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: De vrachtwagen heeft ons gepasseerd. We zijn de grens bij Venlo gepasseerd.
Gebruik je passeren met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: De vrachtwagen heeft ons gepasseerd. We zijn de grens bij Venlo gepasseerd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.