Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Sporten

sporten = to exercise

Hele werkwoord
sporten
Verleden tijd
sportte · sportten
Voltooide tijd
heeft gesport

Kort antwoord

Sporten is in het Engels to exercise. Verleden tijd: sportte (enkelvoud) en sportten (meervoud). Voltooid deelwoord: gesport, met hebben: ik heb gesport.

Oefen sporten

Tegenwoordige tijd

iksport
jijsport
hij/zij/hetsport
wijsporten
julliesporten
zijsporten

Verleden tijd

iksportte
jijsportte
hij/zij/hetsportte
wijsportten
julliesportten
zijsportten

Voltooide tijd

ikheb gesport
jijhebt gesport
hij/zij/hetheeft gesport
wijhebben gesport
julliehebben gesport
zijhebben gesport

Voltooid verleden tijd

ikhad gesport
jijhad gesport
hij/zij/hethad gesport
wijhadden gesport
julliehadden gesport
zijhadden gesport

Toekomende tijd

ikzal sporten
jijzult sporten
hij/zij/hetzal sporten
wijzullen sporten
julliezullen sporten
zijzullen sporten

Voorwaardelijke wijs

ikzou sporten
jijzou sporten
hij/zij/hetzou sporten
wijzouden sporten
julliezouden sporten
zijzouden sporten

Oefen sporten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

sporten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik elke ochtend voor het werk.

  2. Verleden tijd

    Mijn zus vroeger drie keer per week.

  3. Voltooide tijd

    Wij vandaag lang in het park .

  4. Bijzin

    Jij voelt je beter omdat je veel .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is sport. In sporten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (sportte, sportten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gesport).

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van sporten?

sportte (ik, jij, hij/zij/het) en sportten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van sporten?

gesport, met hebben: ik heb gesport.

Gebruik je sporten met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gesport, hij heeft gesport.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.