Dutch Fluency
اعرف مستوايالمستوى
تسجيل الدخول

المستوى A2 · منتظم

تصريف Trouwen

trouwen = يتزوج

المصدر
trouwen
الماضي
trouwde · trouwden
التام
is getrouwd

إجابة سريعة

Trouwen يعني يتزوج. الماضي: trouwde (مفرد) و trouwden (جمع). اسم المفعول (voltooid deelwoord): getrouwd، مع zijn: ik ben getrouwd.

تمرّن على trouwen

المضارع (tegenwoordige tijd)

iktrouw
jijtrouwt
hij/zij/hettrouwt
wijtrouwen
jullietrouwen
zijtrouwen

الماضي (verleden tijd)

iktrouwde
jijtrouwde
hij/zij/hettrouwde
wijtrouwden
jullietrouwden
zijtrouwden

التام (voltooide tijd)

ikben getrouwd
jijbent getrouwd
hij/zij/hetis getrouwd
wijzijn getrouwd
julliezijn getrouwd
zijzijn getrouwd

الماضي التام (voltooid verleden tijd)

ikwas getrouwd
jijwas getrouwd
hij/zij/hetwas getrouwd
wijwaren getrouwd
julliewaren getrouwd
zijwaren getrouwd

المستقبل (toekomende tijd)

ikzal trouwen
jijzult trouwen
hij/zij/hetzal trouwen
wijzullen trouwen
julliezullen trouwen
zijzullen trouwen

الشرطي (voorwaardelijke wijs)

ikzou trouwen
jijzou trouwen
hij/zij/hetzou trouwen
wijzouden trouwen
julliezouden trouwen
zijzouden trouwen

تمرّن على trouwen

ست صيغ سريعة. اكتب الإجابة واضغط Enter لترى فورًا إن كانت صحيحة.

1 من 60 ✓

المضارع

ik

trouwen في جملة

اكتب الصيغة الصحيحة. تخبرك الجملة بمن يقوم بالفعل ومتى، وبعد التحقق ترى معناها.

  1. المضارع

    Mijn zus volgende zomer met haar vriend.

  2. الماضي

    Mijn ouders in 1990 in Amsterdam.

  3. التام

    Wij vorig jaar in de kerk .

  4. الجملة الفرعية

    Ik weet dat Jan en Lisa morgen .

كيف يعمل هذا الفعل

  • فعل منتظم. الجذع هو trouw. في المصدر trouwen يأتي w قبل -en، وهو ليس من أصوات 't kofschip (t, k, f, s, ch, p)، لذلك يأخذ الماضي -de (trouwde، trouwden) وينتهي اسم المفعول بـ -d (getrouwd).
  • عندما يأتي jij بعد الفعل تسقط -t: jij trouwt، لكن trouw jij?
  • الزمن التام مع zijn: ik ben getrouwd، وليس ik heb getrouwd.

أسئلة حول الأفعال الهولندية

ما صيغة الماضي من trouwen؟

trouwde (ik، jij، hij/zij/het) و trouwden (wij، jullie، zij).

ما اسم المفعول (voltooid deelwoord) من trouwen؟

getrouwd، مع zijn: ik ben getrouwd.

هل يُستخدم trouwen مع hebben أم مع zijn؟

مع zijn: ik ben getrouwd, hij is getrouwd.

أفعال أخرى

كل الأفعالكل الأفعال من A إلى Zالأفعال المنفصلة: القواعد وأداة التحققأداة de أو het

تريد أن تتوقف عن البحث عن كل كلمة؟

يُظهر اختبار المستوى المجاني مستوى لغتك الهولندية الآن وما تتعلمه بعد ذلك.

الصيغ مُراجَعة مع ويكاموس. الأزمنة المركبة تستخدم صيغ hebben وzijn وzullen وzou الثابتة.